Sector

  • Vmbo bovenbouw

Vakgebied

  • Techniek N&T

Leerplankundig thema

  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • Schoolexamen

Toetsen in het schoolexamen

17-11-2016

De onderdelen van het schoolexamen

Er zijn voor het T&T-programma twee verschillende onderdelen die 'getoetst' moeten worden:

1. Het proces, de manier waarop de leerling handelt in de verschillende fasen van de uitwerking van de opdracht. Denk daarbij aan de beoordeling van:

  • de (6) werkprocessen;
  • de (19) competenties;
  • de (57) gedragsindicatoren.

In de praktijk zullen de werkprocessen beoordeeld worden. In hoeverre de leerling de werkprocessen voldoende beheerst, is afhankelijk van de mate waarin hij de competenties voldoende beheerst. De competenties zijn niet expliciet aan één werkproces gebonden. Dat geldt ook voor de gedragsindicatoren; zij komen in meerdere werkprocessen terug. Ze kunnen door de leerlingen in meerdere werkprocessen ontwikkeld worden. Zij zullen dus ook per werkproces beoordeeld moeten worden, waarbij er wel steeds een relatie gelegd wordt met de ontwikkeling van dezelfde competenties in een ander werkproces. Dit maakt het beoordelen van competenties complex.
Uit de pilots worden te zijner tijd een aantal voorbeelden opgenomen.

2. Het product, het eindresultaat, kan worden beoordeeld op bijvoorbeeld:

  • (vooraf) gegeven criteria door de school/docent;
  • (vooraf) gegeven criteria door de opdrachtgever;
  • (vooraf) gegeven criteria door medeleerlingen;
  • (vooraf) geformuleerde criteria door de leerling zelf.

Gezien de aard en de inhoud van het vak T&T zijn er verschillende instrumenten nodig om de ontwikkeling van de competenties en de beoordeling van de opdrachten mogelijk te maken, bijvoorbeeld:

  • aan de praktijk ontleende, praktische opdrachten, waarin:
    • product en proces getoetst en beoordeeld kunnen worden. De inhoud van de opdrachten kan per school/regio bepaald worden. Een format biedt hierbij een structuur waarin alle facetten van de opdracht worden opgenomen.
  • een logboek:
    • van leerlingen wordt verwacht dat zij reflecteren op hun aanpak, uitvoering en dergelijke. Omdat een leerling niet altijd in de directe omgeving van zijn beoordelaar actief is, is een logboek een aanvullend instrument waarin leerlingen zelf aantekeningen kunnen maken. Het logboek kan weer gebruikt worden tijdens ontwikkel- of evaluatiegesprekken met de docent/mentor/begeleider.
  • een portfolio;
    • een instrument dat verschillende functies kan hebben. Hierin kunnen in ieder geval de verschillende eigen 'producten' van de leerling worden opgenomen.