Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Techniek N&T
Leerplankundig thema
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • Schoolexamen

Werkproces 2.1 Oriënteert zich op bètatechnische functies en beroepen

24-11-2016
Leer- en ontwikkeltaak 2: De kandidaat oriënteert zich op zijn beroep/hij ontwikkelt arbeidsidentiteit​ ​

​Werkproces 2.1

Oriënteert zich op bètatechnische functies en beroepen

Competenties*​

Gedragsindicatoren

De kandidaat...​

​Resultaat

Gewenst resultaat van dit werkproces:

De kandidaat heeft zich een beeld gevormd van kennis, vaardigheden en houdingen van beroepen binnen de 7 bèta-werelden. De kandidaat kan verschillen en overeenkomsten benoemen. Hij heeeft een beginnend idee over verschillende functies en een realistisch beeld van een werkdag in de 7 bètawerelden

​2.1 D. Aandacht en begrip tonen ​toont belangstelling voor de ideeën, opvattingen en standpunten over toepassing van technologie in verschillende beroepssectoren​
​vraagt studenten, docenten en beroepsbeoefenaars in de bèta-technologie naar hun ervaringen en ideeën
​2.1 N. Onderzoeken ​​verzamelt relevante informatie over opleidings- en beroepsmogelijkheden in de technologische context van de verschillende beroepssectoren
​stelt vragen om de juiste informatie te krijgen over opleidings- en beroepsmogelijkheden in de bèta-technologie
​2.1 P. Leren ​ ​​maakt zijn eigen loopbaanmogelijkheden in de bèta-technologische beroepscontext inzichtelijk
​stelt zichzelf duidelijke carrière- of ontwikkeldoelen en werkt hier systematisch en planmatig naartoe**
​maakt zijn loopbaanontwikkeling voor zichzelf en voor anderen inzichtelijk door middel van een 'loopbaandossier'

* de hoofdletters die in de codering zijn opgenomen verwijzen naar de indeling conform het SHL framework van competenties (2007) 

** de kandidaat gaat systematisch om met relevante loopbaancompetenties door toepassing van de volgende stappen binnen de bètatechnologische beroepscontext (context van de bètawerelden):

a. Kwaliteitenreflectie: Wat kan ik het best en hoe weet ik dat?
b. Motievenreflectie: Waar ga en sta ik voor en waarom daarvoor?
c. Werkexploratie: Waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar?
d. Loopbaansturing: Hoe bereik ik mijn doel en waarom op die manier?
e. Netwerken: Wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?