Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Techniek N&T
Leerplankundig thema
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • Schoolexamen

De route naar toetsing

27-9-2018

​​​​Anders dan wellicht verwacht loopt de 'koninklijke route' niet van examenprogramma via onderwijs naar toetsing, maar van examenprogramma via toetsing naar het onderwijs. Drie vragen die je achtereenvolgens kunt stellen betreffen eindtermen, toetsing en onderwijs

1 Eindt​​​​ermen

Wat wil ik dat mijn leerlingen aan het eind van het onderwijstraject 'kennen en kunnen'?
Uitgaande van het examenprogramma wordt dit: welke eindtermen - met name de vakvaardigheden en competenties - wil ik toetsen? En eventueel: wat voeg ik daar (op basis van mijn visie op het vak) nog aan toe?

2 T​​oetsing

Wat moeten leerlingen laten zien opdat ik kan beslissen dat ze die doelen in voldoende mate bereikt hebben, dat ze de competenties hebben verworven? En hoe kan een leerling dat laten zien?

3 On​​derwijs

Hoe richt ik het onderwijs in zodat ze het (waarneembaar) kunnen bereiken?

Teaching to the test​​

Dit is 'teaching to the test' in positieve zin: als de 'toets' goed weerspiegelt wat de doelen zijn die we willen ​bereiken is het heel effectief om het onderwijs zo in te richten dat het voorbereidt op de 'toets'. Aangezien bij T&T de 'toetsen' de vorm hebben van opdrachten die de leerlingen uitvoeren, lopen toetsing en onderwijs sowieso erg in elkaar over. Het is dus zaak om bij het maken van de opdrachten - en vooral bij het bedenken welk proces er moet plaatsvinden en welk product er opgeleverd moet worden - na te denken hoe je ermee kunt beoordelen (in welke mate) welke eindtermen bereikt zijn.

De koninklijke route is dus: vanuit de doelen nadenken over 'succescriteria' ​(waaraan kan ik zien of dat doel bereikt is?) en dan het onderwijs ontwerpen waarin leerlingen kunnen laten zien dat ze aan dat criterium voldoen.​

Leren en beoordelen​

De opdrachten bij T&T zijn bedoeld voor zowel leren als beoordelen, maar die functies moeten niet verward worden. Het is belangrijk dat:

  • leerlingen in veilige situatie kunnen leren, fouten maken, feedback ontvangen en verbeteren;
  • leerlingen weten wanneer zij worden beoordeeld;
  • leren en beoordelen in elkaars verlengde liggen, maar duidelijk gescheiden zijn.​​​​​