Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Scheikunde
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking

De constructie van open vragen

18-9-2015

De vijf uitgangspunten voor de constructie van goede open vragen zijn:

  1. Vooraf: maak een blauwdruk;
  2. Formulering van vraag en antwoord;
  3. Correctievoorschrift;
  4. Revisie;
  5. Achteraf: controle.

Vooraf: maak een blauwdruk

Een toetsmatrijs is een goede manier om vooraf een blauwdruk te maken van de vragen in een toets. Hieronder staat een blauwdruk die als voorbeeld voor een toetsmatrijs gebruikt kan worden.

​Leerstof

​reproductie

​productie

​totaal per vakonderdeel

​par 1/ onderwerp 1​8
​par 2/ onderwerp 2​8
​par 3/ onderwerp 3​7
​par 4/ onderwerp 4​6
​Totaal​10​19​29

In het voorbeeld staat reproductie voor het vragen naar kennis en routines. Onder productie vallen vragen naar het toepassen van kennis en vaardigheden waarbij de oplosroute niet routinematig en gegevens niet direct voor de hand liggend zijn.

Vul om het voorbeeld in de praktijk te gebruiken in de open vakken vakinhoudelijke trefwoorden in, zoals molberekening, naam structuurformule, titratievoorschrift of experimentbeschrijving.

Formulering van vraag en antwoord

Tips voor de formulering van vragen:  

  • De vraag mag niet voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
  • Splits de vraag op in een informatie- en een vraagdeel.
  • Zet een leerling niet op het verkeerde spoor.

Voorbeeld:

“Waarom worden grote raketten vlak voor de start geladen met vloeibare waterstof en vloeibare zuurstof, elk in aparte tanks?”

Een betere formulering zou zijn:

“Grote raketten worden vlak voor de start geladen met vloeibare waterstof en vloeibare zuurstof, elk in aparte tanks."

  1. Geef een reden waarom die stoffen in vloeibare vorm worden geladen.
  2. Geef een reden waarom die stoffen in aparte tanks worden opgeslagen.

Twee tips wat betreft de beantwoording:

  • Maak gebruik van duidelijke antwoordinstructies.
  • Maak duidelijk hoe volledig het antwoord moet zijn. 

Correctievoorschrift

Een correctievoorschrift is een lijst met richtlijnen voor een zo objectief mogelijke beoordeling. Een correctievoorschrift bestaat uit:

  • antwoordmodel en scoringsvoorschrift per vraag (1 punt per antwoordelement);
  • beoordelaarsinstructie/ algemene afspraken.

Voorbeeld: 
“Leg uit dat je door het meten van de luchtdruk de hoogte kunt bepalen. Vermeld ook welk ander gegeven je voor deze bepaling nodig hebt.”

Antwoord: De druk wordt lager naarmate je hoger komt. Voor de bepaling heb je behalve de druk boven ook nodig: de druk beneden, de temperatuur en het verband tussen de hoogte en de drukafname.

Antwoordmodel: 
Scoringsvoorschrift

  • Druk daalt bij toenemende hoogte 1
  • Druk beneden nodig 1
  • Temperatuur nodig 1
  • Verband tussen hoogte en druk nodig 1

Revisie

Toetsvragen kunnen op de volgende manier gereviseerd worden:

  • Maak zelf tijdens de vraagconstructie een antwoordmodel.
  • Laat een collega scheikunde de vragen beantwoorden zonder inzage in het antwoordmodel.
  • Bespreek voor afname gezamenlijk de hele toets.
  • Evalueer de toets na afname. Als bijvoorbeeld veel (goede) leerlingen hetzelfde foute antwoord geven, is dit aanleiding de vraag te herzien.
  • Noteer wat niet goed ging, beoordeel het niveau van alle vragen en verbeter indien nodig direct.

Achteraf: controle

Na afloop van de toets kan deze gecontroleerd worden aan de hand van de vooraf gemaakte toetsmatrijs. Hieronder staat een voorbeeld van een na afloop van een toets ingevulde toetsmatrijs.


 Twee vragen zijn belangrijk bij de controle achteraf:

  • Komt het aantal ingeschatte punten redelijk overeen met de blauwdruk?
  • Is de verdeling van de reproductie- en productievragen binnen de gestelde marges?

Dit laatste afhankelijk van de soort klas en opleiding.

Reproductie- en productieopgaven

Uiteraard moet beseft worden dat met name de eerste en vijfde stap (het maken en achteraf controleren aan de hand van een toetsmatrijs) nog altijd wat tijd vergen van de docent. Maar het is nuttig om deze tijd er wel voor te nemen, omdat het belangrijk is dat de toets een goede balans heeft tussen reproductie- en productieopgaven.

Als voorbeeld staat hieronder het verschil in reproductie- en productieopgaven binnen het centrale examen voor havo en vwo.

 tabel3.png

Het gebruik van toetsmatrijzen

Voor het pilot examen 2009-I is een voorbeeld van een toetsmatrijs bij de downloads als vergelijkingsmateriaal te gebruiken. 

Het is nuttig om binnen uw vaksectie eerst individueel een toetsmatrijs in te vullen en die vervolgens onderling te vergelijken. Dit scherpt het denken over het niveau van toetsing aan en draagt bij aan een gezamenlijk referentiekader over het niveau van uw toetsen.

Bron: Workshop Kees Beers, Cito