Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Scheikunde
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking

Praktische opdrachten

16-7-2015

Een belangrijke rol is bij scheikunde weggelegd voor de praktische opdrachten. Dit komt vooral doordat leerlingen hierop in verhouding tot de reguliere, schriftelijke toetsen hoog scoren. Het cijfer voor dit deel van het schoolexamen wil nogal eens versluierend werken voor het werkelijke niveau van kennis en vaardigheden van de individuele leerling. Dit is misschien bij scheikunde wel de belangrijkste oorzaak van het soms (te) grote verschil tussen het cijfer van het schoolexamen, SE en het cijfer van het centraal schriftelijke examen, CE.

Groepsresultaat

Volgens de leraren die deelnamen aan het project 'Kwaliteitsborging schoolexamens' van SLO is de oorzaak van dit verschil gelegen in het feit dat er vaak in groepjes wordt gewerkt aan praktische opdrachten. Omdat het groepsresultaat telt, ‘verschuilen’ de minder talentvolle leerlingen zich makkelijk achter dit groepsresultaat. Dit heeft een beduidend minder valide beoordeling van de praktische toets tot gevolg. Ook de beoordeling zelf is lastig als bijvoorbeeld het proces van een aantal groepjes gelijktijdig moet worden bijgehouden. Vaak wordt dan maar beoordeeld op het uiteindelijke groepsresultaat.

Het individualiseren van de praktische opdracht lijkt natuurlijk een oplossing, maar dat is door de vaak grote aantallen leerlingen meestal geen haalbare kaart. Ook is een groot aantal individuele praktische opdrachten dikwijls lastig te plannen.

Het ‘overwaaien’ van een deel van het ANW-programma geeft vooral bij de context-conceptbenadering van Nieuwe Scheikunde de neiging zaken als presentaties en discussies mee te laten tellen bij de beoordeling van praktische opdrachten. Dit en vele factoren ernaast maken het geven en beoordelen van praktische opdrachten er niet makkelijker op. Daarom is het goed om vast te stellen wat er precies met het geven van praktische opdrachten beoogd wordt.

Doceren is doseren

Vanuit de scheikunde moeten leerlingen allereerst een gedegen kennis opdoen en vaardigheden verwerven in het werken met allerlei apparatuur en glaswerk. Die kennis en vaardigheden kan leerlingen bijgebracht worden door ze te laten werken aan kleine, theorie-ondersteunende praktische opdrachten. Wel is het daarbij van belang niet te veel tegelijk te willen. Letterlijk geldt zeker bij scheikunde: doceren is doseren.

Om praktische opdrachten ook beter toetsbaar te maken is het belangrijk de leerdoelen steeds goed in kaart te brengen, zowel op technische aspecten als op kennisaspecten. Een goed (hulp)middel/instrument om dit te doen is een formulier dat ontworpen is in het kader van het Engelse project Getting Practical. Er is inmiddels ook een Nederlandse vertaling (Overzicht  praktische activiteiten) van dit formulier beschikbaar.