Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Scheikunde
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking

Overeenkomsten en verschillen havo-vwo

16-7-2015

​Er is natuurlijk niet alleen verschil in handelingsniveau, maar ook in kennisniveau tussen havo en vwo. We geven deze verschillen hier kort aan op basis van wat een leerling die overstapt van havo naar vwo meer zal moeten kennen en hier en daar kunnen, maar niet gespecificeerd naar handelingsniveau. We doen dit apart per domein vanaf het "chemische" domein A10. Vaak zijn de onderwerpen die specifiek voor havo aangegeven zijn impliciet aanwezig in het vwo programma.​

Domein A

Specifiek vwo
broeikaseffect
chromosomen
erfelijkheid


Domein B


Specifiek havo
K-schil bevat maximaal 2 elektronen en de L-schil maximaal 8 elektronen
H, F, Cl, I, Br covalentie 1; O, S covalentie 2; N, P covalentie 3; C, Si covalentie 4
Specifiek vwo
Het aantal elektronen in de diverse schillen.
Valentie van atoomsoort relateren aan structuur elektronenwolk: elektrovalentie, covalentie,
oktetregel, valentie-elektronen
Naam en symbool: boor, beryllium
Ionen: MnO4- en S2O3​2-
Van een gegeven molecuulformule, formule van (samengestelde) ionen of structuurformule een
Lewisstructuur tekenen: mesomere grensstructuren.
(Lewis)structuurformule formele en partiële ladingen lokaliseren.
C≡C, C=O (aldehyde, keton), C-O-C (ether)
Alkynen, alkanonen, cycloalkanen, benzeen en benzeenderivaten, alkoxyalkanen,
alkylalkanoaten
Homogene en heterogene mengsels
Dipool-dipool interacties
Atoomrooster
De termen hydrofoob/hydrofiel in verband brengen met vanderwaalsbinding, dipool-dipool
Interacties en waterstofbruggen; polair en apolair
Corrosiegevoeligheid, en maakt daarbij gebruik van: standaard elektrodepotentiaal.
Kan met behulp van de Valentie-Schil-Elektronen-Paar-Repulsie-Theorie (VSEPR-theorie) de

ruimtelijke bouw van samengestelde ionen en moleculen, of delen daarvan, aangeven:
omringingsgetal 2, 3 en 4 omringing: tetraëder, bindingshoek ongeveer 109o; 3 omringing: plat
vlak, bindingshoek ongeveer 120o; 2 omringing: lineair, bindingshoek 180o.
Kan uit de ruimtelijke structuur van een molecuul, gebruikmakend van de ladingsverdeling
binnen het molecuul, concluderen of het deeltje een dipool is.
Kan de ruimtelijke structuur van een molecuul of delen daarvan in verband brengen met
eigenschappen van een stof of materiaal: verschil vet en olie; moleculaire schakelaar;
secundaire structuur van eiwitten.

Domein C

Specifiek havo
Kan aangeven dat bij omzettingen van een vorm van energie in een andere vorm van energie er
minstens een deel wordt omgezet in warmte. In verband daarmee: kan het begrip kwaliteit van
energie gebruiken in redeneringen (overlap met F3 vwo).
Heel subdomein C8: Classificatie van reacties (bij vwo in SE).
Specifiek vwo
Oxonium-ion
Kan beschrijven wat bedoeld wordt met elektrolyse: opladen van batterijen; productie van
waterstof.
Kan het verschil tussen sterke en zwakke zuren aangeven.
Kan reacties tussen zuren en basen beschrijven met een reactievergelijking.
Kan beschrijven wat buffersystemen zijn en kan aangeven hoe deze werken.
Kan met behulp van de standaardelektrodepotentiaal de relatieve sterkte van een reductor of
oxidator aangeven.
Kan een reactievergelijking van een redoxreactie afleiden uit gegeven halfreacties.
Additie aan dubbele binding: C=C en 1,2-additie en 1,4 additie.
Organisch chemische reacties ook met Lewisstructuren.
Kan aan de hand van een gegeven reactie een reactie met analoge verbindingen beschrijven.
Molair volume Vm eenheid m3 mol-1.
Volumeverhouding van gassen bij reacties.
Kan uit experimentele gegevens over een reactie de reactiesnelheidsvergelijking afleiden.
Rol van katalyse in reactiekinetiek.
Kan van een gegeven reactiemechanisme een beschrijving geven van de verplaatsing van
elektronen/elektronenparen: nucleofiel, elektrofiel; radicalen; mesomere grensstructuren.


D

Specifiek havo
Kan toelichten op welke verschillen van stofeigenschappen chromatografie berust: dunnelaagchromatografie;
papierchromatografie.
Kan een verband leggen tussen macroscopische eigenschappen van een materiaal, het
productieproces en de manier van verwerken: thermoplasten: spuitgieten, extruderen, blazen;
metalen: persen, gieten, walsen; thermoharders: polymeriseren in een mal; composieten:
gebruik van vulstoffen.
Specifiek vwo
Kan toelichten hoe analysemethoden gebruikt worden om na te gaan of en in hoeverre een
scheidingsmethode succesvol is geweest.
Kan toelichten op welke verschillen in stofeigenschappen chromatografie berust en toelichten
voor welk type mengsel deze analysetechniek wordt gebruikt.
Kan met behulp van gaschromatografie de aanwezigheid van bepaalde stoffen aantonen aan
de hand van de retentietijd.
Kan aangeven dat in massaspectra van stoffen kenmerkende patronen voorkomen aan de hand
waarvan die stoffen kunnen worden herkend en kan massaspectra interpreteren.
Kan uit meetresultaten van kwantitatieve bepalingen de hoeveelheid van een stof in een
oplossing of mengsel berekenen of een berekening kunnen toelichten: chromatografie:
piekoppervlakte; massaspectrometrie: piekhoogte.
Heel subdomein D3: chemische synthese: reactiemechanismen van o.a. polymeren: ook
propagatie en terminatie.


Domein E

Specifiek havo
Vulkaniseren
Kan een gemaakte keuze voor van een bepaald materiaal toelichten aan de hand van de
structuur-eigenschap-relaties.
Specifiek vwo
Vrij elektronenpaar, radicaal, meervoudige binding, dipool/polaire binding.
Roosterfouten.
Kristalstructuur van keramische materialen.
Heel subdomein E2: selectiviteit en specificiteit met ondere anderen: cis/trans en
spiegelbeeldisomerie, enzymwerking, ruimtelijke structuur enzymen, transport in het lichaam,
membranen.


Domein F

Specifiek vwo
Omestering
Reformen
Recycling: kunststoffen en metalen
Met betrekking tot brandstoffen omgevingsfactoren: brandstofaanvoer, brandstofopslag,
koelwater.


Domein G

Specifiek havo
Heel subdomein G2: Milieueisen met onder anderen:
Gevaarsymbolen; grenswaarde; GHS-systeem; ADI-waarde; LD-50.
Broeikaseffect (overlap A10 vwo) CO2 zure depositie, SO2, NOx smogvorming, roet, Onverbrande koolwaterstoffen, CO, fijnstof.
Mineraalbalans: eutrofiëring, uitspoelen.
Specifiek vwo
Secundaire en tertiaire structuur.
Nucleïnezuren: DNA en RNA, genetische code, eiwitsynthese.
Deel subdomein G2 Milieueffectrapportage met veel overlap met G2 havo.
Deel subdomein G3 Energie en industrie: duurzaamheid energieomzettingen vergelijken.
 
Onderscheid tussen havo en vwo in het schoolexamen kan vooral worden gezocht in
diepgang en verbreding (zie ook bij de eindtermen van het schoolexamen onder vakinhoudelijke subdomeinen). Dit is echter, zoals alles binnen het SE, aan de school.