Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Nederlands
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Oriëntatie op leren en werken

16-6-2016
NE/K/1 Oriëntatie op leren en werkenbb​kbgl/tl
De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van Nederlands in de maatschappij. ​X​X​X


De exameneenheid Oriëntatie op leren en werken moet getoetst worden op het schoolexamen en leent zich meer voor praktische opdrachten dan voor een schriftelijke toets.

Leerlingen kunnen met zulke opdrachten het belang aangeven van beheersing van het Nederlands in de maatschappij en voor het werk dat ze willen gaan doen, gedachten over hun eigen loopbaan en arbeidsrol weergeven en laten zien hoe ze keuzes maken. Deze exameneenheid gaat dus verder dan het schrijven van sollicitatiebrieven, het maken van elevator pitches (korte presentatie van 60 seconden over jezelf) of het voeren van gesimuleerde sollicitatiegesprekken met de docent of beroepsbeoefenaar.

 

Onder Loopbaanoriëntatie en -begeleiding vindt u meer informatie over en concrete suggesties voor LOB bij Nederlands. Daarnaast kunt u gebruikmaken van de Leergang LOB die SLO heeft ontwikkeld bij de concretisering van LOB naar de lespraktijk in het algemeen.

Voorbeeldmatige uitwerkingen toetsdoelen

Hieronder leest u hoe u toetsdoelen bij oriëntatie op leren en werken kunt uitwerken in concrete examenopdrachten.

​ToetsdoelenVoorbeeldopdrachten schoolexamen
De leerling kan een mondelinge of schriftelijke beschrijving geven van eigen werkervaringen (betaald werk, onbetaald werk, zorgtaken).
  • ​Deelnemen aan een discussie over werkervaringen of het belang van vrijwilligerswerk.
  • Een presentatie houden (live of in een gemonteerde opname) of een verslag schrijven of een animatie maken over de ervaringen die hij/zij heeft opgedaan met een bijbaantje, vakantiebaantje of vrijwilligerswerk.
  • In het sectorwerkstuk de eigen werkervaringen beschrijven.
De leerling kan een mondelinge of schriftelijke beschrijving en een mening geven over een bepaald beroep en de wijze waarop deze informatie verzameld is.
  • Een mondelinge presentatie houden, een onderzoeksverslag schrijven of een animatie maken over het verzamelen van informatie voor beroepskeuze (meeloopdagen, snuffelstages, bezoek beroepenbeurzen en mbo-vervolgopleidingen, interviews met studenten van de vervolgopleiding en beroepsbeoefenaren).
De leerling kan een mondelinge of schriftelijke beschrijving geven van eigen ervaringen met taal in werk- en vrijwilligerssituaties of de eisen die gesteld worden in bepaalde werksituaties.
  • ​Met behulp van een portfolio aantonen dat een aantal talige taken in werk- of vrijwilligerssituaties zijn uitgevoerd.
  • Deelnemen aan een discussie over het belang  van een goede beheersing van het Nederlands.
  • Een artikel schrijven of een presentatie houden over de eisen die in bepaalde beroepen gesteld worden aan de beheersing van het Nederlands, bijvoorbeeld op basis van interviews met beroepsbeoefenaren.
  • In het sectorwerkstuk aandacht besteden aan de eisen die in bepaalde beroepen gesteld worden aan de beheersing van het Nederlands.