Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Nederlands
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Toetsmatrijs luister- en kijkvaardigheid

16-6-2016

Een toetsmatrijs is een tabel waarin wordt aangegeven hoe de opgaven van een toets worden verdeeld. De toetsmatrijs luister- en kijkvaardigheid is een voorbeeld van hoe een toetsmatrijs eruit zou kunnen zien. In dit geval zijn de subvaardigheden en kenmerken van de taakuitvoering Mondelinge taalvaardigheid Luisteren 2F uit het referentiekader als uitgangspunt genomen. De drie subvaardigheden zijn:

  • kijken en luisteren naar instructies;
  • kijken en luisteren als lid van een live publiek;
  • luisteren naar radio en kijken naar televisie en kijken en luisteren naar gesproken tekst op internet.

Daarbij kan het gaan om nieuwsberichten, documentaires, reclameboodschappen, discussieprogramma's, humoristische en ontspannende programma's, maar ook om instructies, uitleg, handleidingen en stappenplannen, lessen, voordrachten, toespraken, verhalen en (web)lezingen. In de omgeving kunnen storende en/of afleidende geluiden af- of juist aanwezig zijn.

Invulbare toetsmatrijs

U kunt de invulbare toetsmatrijs downloaden in het rechtermenu. In de toetsmatrijs concretiseert u de toetsdoelen voor luister- en kijkvaardigheid en legt u de weging van elk toetsdoel (aantal opgaven/totaal aantal opgaven) vast. Hieronder beschrijven we enkele voorbeelden.

Voorbeeldmatige uitwerking toetsdoelen

Hieronder leest u hoe u toetsdoelen kunt uitwerken in concrete examenopdrachten.

Toetsdoelen​Voorbeeldopdrachten schoolexamen
De leerling kan het doel en de essentie van een programma aangeven.
  • ​Luisteren/kijken naar een programma en vragen daarover beantwoorden in het kader van een kijk-/luisterdossier.
  • Luisteren/kijken naar een programma in het kader van een project, het sectorwerkstuk of een stage.
  • Luisteren/kijken in een live publiek en aantekeningen maken en vragen stellen in het kader van een project, het sectorwerkstuk of een stage.
De leerling kan een oordeel geven over een programma (en aangeven hoe betrouwbaar het programma is = kb, gl, tl).
  • ​Luisteren/kijken naar een programma en vragen daarover beantwoorden in het kader van een kijk-/luisterdossier.
  • Luisteren/kijken naar een programma in het kader van een project, het sectorwerkstuk of een stage.
  • Luisteren/kijken in een live publiek en aantekeningen maken en vragen stellen in het kader van een project, het sectorwerkstuk of een stage.
De leerling kan een handeling uitvoeren na het luisteren/kijken naar een instructie(programma).
  • ​Luisteren/kijken naar een instructie voor bepaalde handelingen en die vervolgens uitvoeren.
  • Luisteren/kijken naar instructie(programma) in het kader van een project of een stage.