Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Nederlands
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Leesvaardigheid

21-6-2016
NE/K/6 Leesvaardigheidbbkbgl/tl
​De kandidaat kan:
  • leesstrategieën hanteren;
  • compenserende strategieën kiezen en hanteren;
  • functie van beeld en opmaak in een tekst herkennen;
  • het schrijfdoel van de auteur aangeven;
  • een tekst indelen in betekenisvolle eenheden en de relaties tussen die eenheden benoemen;
  • het hoofdonderwerp en de hoofdgedachte van een tekst aangeven;
  • een oordeel geven over de tekst en dit oordeel toelichten.
​X​X​X
​De kandidaat kan:
  • het schrijfdoel van de auteur aangeven en de talige middelen die hij hanteert om dit doel te bereiken;
  • een samenvatting geven.
​X​X


Specificatie in syllabus en referentiekader

Leerlingen moeten dus de opbouw van een tekst doorzien, het schrijfdoel van de auteur kunnen noemen, het hoofdonderwerp en de hoofdgedachte van een tekst kunnen aangeven of een globale samenvatting kunnen maken en een oordeel kunnen geven over de tekst. Het samenvatten van teksten wordt niet gevraagd van leerlingen in de basisberoepsgerichte leerweg.

De syllabus geeft een specificatie voor deze exameneenheid, die ook richting kan geven aan de schoolexamens. Ook het referentiekader Lezen 2F kan richting geven.

Verplicht of optioneel in het schoolexamen

Het opnemen van leesvaardigheid in het schoolexamen is optioneel. Leesvaardigheid maakt deel uit van het centrale examen. Deze exameneenheid ook opnemen in het schoolexamen betekent dat leesvaardigheid al gauw zo'n 60 - 70 procent van het examencijfer bepaalt. Wenselijk is om de eenheden lezen, schrijven, spreken & gesprekken voeren, kijk- & luistervaardigheid en fictie/literatuur evenredig te onderwijzen en dus ook te toetsen.

Reden om leesvaardigheid toch op te nemen in het schoolexamen

Een reden om leesvaardigheid toch op te nemen is om andere aspecten van leesvaardigheid te toetsen dan in het centrale examen. Te denken valt aan andere teksten, zoals hypertekst, fictie etc., maar ook aan een andere manier van verwerking, bijvoorbeeld het aanleggen van een leesdossier rondom een thema; lezen om een handeling daadwerkelijk uit te voeren of om vaardigheden in samenhang, zoals lezen om te schrijven of lezen om te spreken.