Sector

  • Vmbo bovenbouw

Vakgebied

  • Nederlands

Leerplankundig thema

  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Leervaardigheden

16-6-2016
NE/K/3 Leervaardighedenbb​kb​gl/tl
​De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot:
  • het bereiken van verschillende lees-, schrijf-, luister- en kijk-, spreek- en gespreksdoelen;
  • de bevordering van het eigen taalleerproces;
  • het compenseren van eigen tekortschietende taalkennis of communicatieve kennis.
​X​X

​X


 


 


Syllabus

Leervaardigheden in het vak Nederlands wordt voor alle leerwegen getoetst in het centraal examen en daarom ook gespecificeerd in de syllabus: De kandidaat beheerst een aantal strategische vaardigheden die bijdragen tot de ontwikkeling van het eigen leervermogen. De kandidaat kan:

  1. strategieën kiezen en hanteren die afgestemd zijn op het bereiken van verschillende lees-, schrijf-, luister- en kijk-, spreek- en gespreksdoelen;
  2. strategieën kiezen die het eigen taalleerproces bevorderen;
  3. compenserende strategieën kiezen en hanteren wanneer de eigen taal- of communicatieve kennis tekortschiet:
    • informatie afleiden uit de context;
    • woordenboek gebruiken;
    • vragen wat iets betekent;
    • omschrijvingen gebruiken;
    • non-verbale middelen benutten.

Dit houdt in dat leerlingen bij elke taaltaak strategieën kunnen toepassen om die taak goed te kunnen uitvoeren en dat zij een compenserende strategie kunnen kiezen en inzetten indien nodig. Deze vaardigheid is niet makkelijk beoordeelbaar, omdat strategieën hulpmiddelen zijn om een taak goed uit te voeren en omdat leerlingen ingeoefende strategieën vaak 'vanzelf' en dus minder of onbewust inzetten.

Voorbeeldmatige uitwerkingen toetsdoelen

Hieronder leest u hoe u toetsdoelen bij leervaardigheden kunt uitwerken in concrete examenopdrachten.

ToetsdoelenVoorbeeldopdrachten schoolexamen
De leerling kan strategieën toepassen bij het verwerken of produceren van een schriftelijke of mondelinge tekst.
  • ​Met behulp van een vraagformulier of in een logboek beschrijven hoe je tot het eindresultaat bent gekomen, bijvoorbeeld bij het sectorwerkstuk, een verslag of een presentatie, pitch of discussie.
  • Met behulp van een zelfbeoordelingsformulier terugkijken op de aanpak, bijvoorbeeld of het studerend lezen van de vele bronnen effectief was of dat scannend lezen op basis van enkele criteria een betere aanpak was geweest om een selectie te maken.
  • Aan een medeleerling of docent hardop voordoen (of uitleggen) hoe je te werk bent gegaan bij het schrijven of voorbereiden van de tekst.
  • Als feedbackopdracht aan een medeleerling uitleggen hoe hij/zij tot een goed product kan komen en je eigen aanpak voordoen of laten zien.
De leerling kan strategieën toepassen bij het leren van en functioneren in de Nederlandse taal.
  • ​In een logboek aangeven welke strategieën je hebt toegepast bij taalproblemen.
  • Met behulp van een zelfbeoordelingsformulier beschrijven welke strategieën bij het leren en hanteren van de Nederlandse taal je toepast.
  • Aan een medeleerling of docent uitleggen hoe
    je te werk bent gegaan bij het leren en hanteren van de Nederlandse taal.
  • Aan een medeleerling advies en/of feedback geven hoe hij/zij een volgende keer het best te werk kan gaan bij het leren en hanteren van de Nederlandse taal en waarom.
  • Door schoolexamenopdrachten aan te bieden waar expliciet gevraagd wordt naar en gewezen wordt op het wel of niet vooraf of tijdens inzien van de opdrachten, het wel of geen aantekeningen maken tijdens kijk- en luisteropdrachten.
De leerling kan strategieën hanteren bij het achterhalen van de betekenis van onbekende woorden of zinnen die hij niet begrijpt.
  • ​In een logboek aangeven welke strategieën je hebt toegepast bij onbekende woorden en zinnen in teksten.
  • Met behulp van een zelfbeoordelingsformulier beschrijven welke strategieën je toepast bij het achterhalen van de betekenis van woorden en zinnen.
  • Door schoolexamenopdrachten aan te bieden waar expliciet gevraagd wordt naar en gewezen wordt op het achterhalen van de betekenis van woorden en begrippen met een woordenboek/het internet (schrijven) en de mogelijkheden van vragen naar betekenissen, het gebruik van omschrijvingen en van non-verbale middelen (mondeling).
  • Aan een medeleerling of docent voordoen of uitleggen hoe men te werk is gegaan bij het achterhalen van de betekenis van woorden en zinnen.
  • Aan een medeleerling advies en/of feedback geven hoe hij/zij de betekenis van woorden en zinnen kan achterhalen en welke strategieën hij daarvoor kan inzetten.