Sector

  • Vmbo bovenbouw

Vakgebied

  • Nederlands

Leerplankundig thema

  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Basisvaardigheden

16-6-2016
NE/K/2 Basisvaardigheden​bb​kbgl/tl
De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken, en informatie verwerven, verwerken en presenteren. ​X​X​X


Deze exameneenheid geldt voor alle leerwegen, moet getoetst worden op het schoolexamen en kan bij het examineren van alle taalvaardigheden meegenomen worden in de beoordeling.

Leerlingen moeten dus laten zien, dat ze kunnen samenwerken bij het leren en werken,

informatiesystemen (zoals communicatie-, zoek- en verwerkingsprogramma's) kunnen gebruiken, (verbale en cijfermatige informatie uit) teksten kunnen beoordelen op waarde, selecteren, verwerken en zelf teksten kunnen produceren. De basisvaardigheden hebben een sterke link met de zogenoemde 21e eeuwse vaardigheden, waarover u meer leest op website Curriculum van de toekomst: 21e eeuwse vaardigheden. Deze eindterm houdt dus meer in dan een vertaling naar woordenschat-, spelling- en grammaticatoetsen. 
 

Voorbeeldmatige uitwerkingen toetsdoelen

Hieronder leest u hoe u toetsdoelen bij basisvaardigheden kunt uitwerken in concrete examenopdrachten.

ToetsdoelenVoorbeeldopdrachten schoolexamen
De leerling kan in verschillende situaties samenwerken, flexibel en creatief zijn, werkzaamheden plannen en sociale vaardigheden toepassen.
  • ​Samen met anderen een opdracht plannen, voorbereiden en uitvoeren.
  • Deelnemen aan een werkoverleg of vergadering.
  • Constructieve feedback geven en toelichten aan de hand van voorbeelden in het werk van een klasgenoot.
De leerling kan bij het communiceren gebruik- maken van geschikte communicatiemiddelen o.a. e-mail, sociale media, telefoon, enzovoort.
  • Een e-mail schrijven aan een extern persoon.
  • Een zakelijke nieuws-update schrijven op LinkedIn of Facebook.
  • Een memo of aantekening schrijven voor een klasgenoot of collega.
  • Een instructie schrijven voor een collega.
De leerling kan gebruikmaken van informatiesystemen en deskundigen, snel de juiste bronnen opzoeken en deze informatie gebruiken en verwerken, waar nodig met gebruik van computerprogramma’s.
  • Informatie verzamelen m.b.v. zoekmachines, gegevensbestanden.
  • Informatie verzamelen uit vraaggesprekken, literatuur en audiovisueel materiaal en van internet.
  • Deskundigen en mensen met ervaring interviewen en daar mondeling en schriftelijk verslag van doen.
  • Verzamelde informatie verwerken in een samenvatting, tabel, grafiek of een database.
De leerling kan informatie overdragen door

middel van een mondelinge of schriftelijke

presentatie.
  • Een presentatie houden (live of via een gemonteerde opname), een animatie ontwikkelen of een verslag of artikel schrijven over informatie die verzameld is.