Sector

  • Vmbo bovenbouw

Vakgebied

  • Nederlands

Leerplankundig thema

  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Stel weging en cesuur vast

3-7-2016

Cesuur

In Nederland zijn we eraan gewend dat schoolwerk aan de hand van een cijferschaal van 1 tot en met 10 beoordeeld wordt en de zak-/slaaggrens ofwel cesuur ligt op een 5,5. Daaraan koppelen we vaak ook nog het aantal opgaven dat een leerling goed moet hebben beantwoord: 55 procent van de toetsstof. Toch is dat niet vanzelfsprekend. Het minimum percentage goed of de minimale goedscore hangt namelijk af van de complexiteit en relevantie van de toets en de eventuele gokkans bij gesloten vragen.

Complexiteit

Stel je een toets voor waarin het gaat om reproductie en toepassing van geleerde regels (Noem drie werken van auteur x; Onderstreep de werkwoorden en noteer het onderwerp van de onderstaande zinnen) of een toets waarin een beroep gedaan wordt op complexere vaardigheden, zoals argumenteren of reflecteren (Lees fragment x. Leg uit of de auteur volgens jou een aanhanger is van X of een tegenstander. Geef twee voorbeelden uit de tekst). Afhankelijk van de complexiteit van de vaardigheden kan de cesuur hoger of juist lager liggen.

Relevantie

Hetzelfde geldt voor relevantie: hoe belangrijk is de beheersing van bepaalde stof? Stel dat een voldoende beheersing van spelling en grammatica een vereiste is voor de overgang naar de bovenbouw, dan kan het zijn dat de cesuur van dergelijke taaltoetsen ligt bij een percentage van 80 procent goed.

Geef in elk geval bij een correctievoorschrift, beoordelingslijst of -schaal aan hoe een cijfer tot stand komt, bijvoorbeeld door middel van een beschrijving, formule of omrekentabel. Hoeveel punten zijn nodig voor een 4, een 6 of een 8?

De cesurentest 

In het rechtermenu kunt u de zelftest over cesuur downloaden.

Weging

Een rapportcijfer of eindexamencijfer wordt meestal door het middelen van proefwerkcijfers verkregen. Als het echter gaat om toetsen die verspreid over leerjaar 3 en 4 voor verschillende vaardigheden (lezen, schrijven, fictie) zijn afgenomen en zijn gemeten met verschillende toetsvormen (een schriftelijk proefwerk, een portfolio aanleggen, een werkstuk maken), is het middelen van cijfers een kwestie van het vergelijken van appels en peren.

Het gebruiken van cijfers en het uitvoeren van rekenkundige bewerkingen met die cijfers, suggereert een zekerheid en nauwkeurigheid die grotendeels schijn is. Een oplossing zou kunnen zijn dat afspraken gemaakt worden over de 'betekenis' en weging van die cijfers en dat per toets vastgesteld wordt op welke manier een cijfer wordt toegekend.