Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Nederlands
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Kies een valide toetsvorm

4-7-2016

Om valide te toetsen, is het nodig om na te denken over de vorm van de toets. De vorm moet aansluiten bij het doel van de toets. Bij het vak Nederlands valt te denken aan vier toetsvormen:

  • schriftelijke en mondelinge toetsen;
  • praktische opdrachten;
  • sectorwerkstuk;
  • dossier of portfolio.

Schriftelijke en mondelinge toetsen

Denk bijvoorbeeld aan een toets voor het onderdeel fictie, waarbij leerlingen open vragen beantwoorden over de inhoud van de gelezen teksten. Of een mondelinge presentatie over de gelezen fictiewerken, waarbij niet alleen naar de inhoud, maar ook naar de persoonlijke mening van de leerling wordt gevraagd. Belangrijk bij schriftelijke en mondelinge toetsen is de beoordeling aan de hand van een correctievoorschrift, waarin de juiste antwoorden, de puntenverdeling, de cesuur (grens voldoende/onvoldoende) en de cijferbepaling worden beschreven.

Praktische opdrachten

Denk bijvoorbeeld aan een werkstuk maken, een product maken bij het uitvoeren van een instructie of het volgen van een handleiding of het voeren of notuleren van een gesprek op de stagewerkplek. In tegenstelling tot schriftelijke en mondelinge toetsen is het bij praktische opdrachten mogelijk om zowel het proces als het product te beoordelen. Belangrijk bij praktische opdrachten is dat de opdrachtinstructie duidelijk is en voldoende informatie geeft over de inhoud, de vorm, de afname en beoordeling. De beoordelingscriteria moeten vooraf bij de leerling duidelijk zijn.

Een sectorwerkstuk

Daarbij gaat het om een vakoverstijgende thematiek die past binnen de sector. Bij het sectorwerkstuk wordt zowel het proces als het product beoordeeld. De beoordeling vindt plaats door minimaal twee docenten aan de hand van beoordelingscriteria die vooraf aan de leerling bekend zijn gemaakt. Het ligt voor de hand dat docenten Nederlands een rol spelen bij de voorbereiding en uitwerking van het sectorwerkstuk. Dat kan op heel verschillende manieren: aanleren van de vaardigheden die nodig zijn voor het sectorwerkstuk, schrijven van een handleiding voor het sectorwerkstuk, begeleiden van leerlingen, rol bij het beoordelen van het werkstuk etc. Het is belangrijk daarover schoolbrede afspraken te maken.

Een dossier of portfolio

Ook hiervoor geldt dat de toetsdoelen, aanwijzingen en beoordelingscriteria vooraf duidelijk en concreet moeten zijn voor docent en leerlingen en dat het dossier niet een overdaad aan opdrachten bevat. Bij het aanleggen van een dossier is het dus belangrijk om eerst helder het doel van het dossier voor ogen te hebben en de kennis en vaardigheden in kaart te brengen die van leerlingen worden verwacht. Vervolgens moeten daar duidelijke toetsdoelen en beoordelingscriteria voor geformuleerd worden met daarbij een afgewogen mix aan duidelijk beschreven en beoordeelbare opdrachten.

Een voorbeeld: het schrijfdossier

Het referentiekader taal kan als leidraad dienen bij het vormgeven van een schrijfdossier. Bijvoorbeeld door in 4 vmbo de taken van schrijven op 2F als uitgangspunt te nemen voor de op te nemen genres en tekstsoorten in het schrijfdossier: bij correspondentie een formele en informele brief/e-mail, bij korte teksten een instructie voor een handeling/product bij een praktijkvak en aantekeningen bij een uitgenodigde auteur en bij lange(re) teksten een verslag van een interview met beroepsbeoefenaars en een ge├»ntegreerde samenvatting van drie teksten uit het leesdossier rond een bepaald actueel thema. Vervolgens kunnen de beschrijvingen bij de taakuitvoering 2F gebruikt worden om beoordelingscriteria op te stellen. Zie voor meer voorbeelden de verschillende domeinen onder Toetsen in het schoolexamen in het linkermenu.