Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Natuurkunde
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • PTA

Subdomein A12 Rekenkundige en wiskundige vaardigheden

1-12-2017

Eindterm
De kandidaat kan een aantal voor de natuurkunde relevante rekenkundige en wiskundige vaardigheden correct en geroutineerd toepassen bij voor de natuurkunde specifieke probleemsituaties.

Specificatie

De kandidaat kan:

  1. basisrekenvaardigheden uitvoeren:
    • rekenen met verhoudingen, procenten, breuken, machten en wortels;
    • de omtrek en de oppervlakte berekenen van een cirkel, een driehoek en een rechthoek;
    • (vwo: de oppervlakte berekenen van een bol);
    • het volume berekenen van een balk, een cilinder (vwo: en een bol);
    • (vwo: absolute waarde toepassen);
  2. wiskundige technieken toepassen:
    • herleiden van formules;
    • redeneren met evenredigheden (recht, omgekeerd, kwadratisch, omgekeerd kwadratisch);
    • oplossen van lineaire en tweedegraads vergelijkingen;
    • (vwo: oplossen van twee lineaire vergelijkingen met twee onbekenden);
    • (vwo: toepassen van log x, ln x, e-ax, eax, ax, xa , sin x en cos x);
    • toepassen van de functies: ax en xn;
    • in een rechthoekige driehoek met twee zijdes of met één zijde en één hoek gegeven, de overige zijdes en hoeken uitrekenen, gebruikmakend van sinus, cosinus, tangens en de stelling van Pythagoras;
    • grafisch optellen en ontbinden van vectoren;
    • grafieken tekenen bij een meetserie;
    • functievoorschriften opstellen van lineaire verbanden, ((vwo: evenredige verbanden (recht, omgekeerd, kwadratisch, omgekeerd kwadratisch) en wortelverbanden));
    • grafieken tekenen met behulp van een functievoorschrift;
    • aflezen van diagrammen, (vwo: waaronder logaritmische diagrammen, dubbel-logaritmische diagrammen) diagrammen met asonderbrekingen;
    • interpoleren en extrapoleren in diagrammen en tabellen;
    • (vwo: differentiëren van lineaire en kwadratische functies, machtsfuncties, sinusfuncties en cosinusfuncties);
    • tekenen van de raaklijn aan een kromme en de steilheid bepalen;
    • de oppervlakte onder een grafiek bepalen;
    • (vwo: relaties van de vorm y = ax2, y = ax-1, y = ax-2, y = ax1/2 door coördinatentransformatie weergeven als een rechte lijn door de oorsprong);
  3. berekeningen uitvoeren met bekende grootheden en relaties en daarbij de juiste formules en eenheden hanteren:
    • formules zoals vermeld bij de vakinhoudelijke subdomeinen;
    • substitueren van formules;
    • in natuurkundige formules eenheden afleiden en controleren.

Suggesties

  • Met redeneren met evenredigheden wordt bedoeld: leerlingen kunnen de relatie tussen twee grootheden met woorden beschrijven. Bijvoorbeeld: y=a.z2: als ik z 2 x zo groot maak, wordt y 22 x zo groot.
  • Op havo hoeven de leerlingen de functies sin x en cos x niet toe te passen (wél als verhouding, bijvoorbeeld in een driehoek).
  • Bij specificatie 3 kan gedacht worden aan het rekenen met eenheden en aan het toepassen van bijvoorbeeld de notatie m.s-1 (i.p.v. m/s).
Contactpersoon