​​
Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Nask1
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Afstemming met beroepsgerichte vakken

6-12-2015

Veel scholen werken aan het realiseren van samenhang tussen de beroepsgerichte programma's en de algemeen vormende vakken in de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo. Scholen onderkennen het belang hiervan.

Leerlingen leren meer als ze de samenhang tussen vakken zien. Vakken als Nederlands, Engels, wiskunde, natuurkunde of biologie worden voor leerlingen boeiender als ze de betekenis van het geleerde ervaren en beseffen dat het in hun latere leven handig kan zijn als ze een handleiding in het Engels kunnen lezen, de inhoud van een voorwerp kunnen uitrekenen of een elektrische schakeling kunnen maken. Voor docenten biedt samenhang de mogelijkheid om efficiënter en effectiever te werken. Meer samenhang in de vakken betekent minder fragmentatie en minder overlap van leerstof. De leerstof is een afgestemd geheel, dat ook in didactische zin eenduidig kan worden aangeboden.

Docenten kunnen zich een beeld vormen van concrete opdrachten vanuit verschillende gezichtspunten:

  • Vanuit de beroepsgerichte docent: hoe kan ik in de praktijkopdrachten onderdelen van de avo-vakken verweven?
  • Vanuit de docent van een algemeen vormend vak: bij welke onderwerpen uit mijn vak kan ik in de avo-lessen werken met zinvolle, betekenisvolle contexten?

Afstemming tussen natuurkunde en de sector techniek

Exameneenheid 3 Leervaardigheden in het vak natuur- en scheikunde 1 is te integreren in alle afdelingen. Het gaat daarbij vooral om het gebruiken van de rekenmachine, maar ook om het gebruiken van en rekenen met grootheden en eenheden. Er kunnen opdrachten ontwikkeld worden waarin vaardigheden geoefend worden als het herkennen en specificeren van een technisch probleem, het ontwerpen en maken van een werkplan en het maken van een tekening.

Exameneenheid 4 Stoffen en materialen in huis is goed te integreren in de afdelingen bij het beroepsgerichte programma bouwtechniek en soms ook verzorging. Het verband leggen tussen soorten materialen (hout), hun eigenschappen (verspaanbaarheid) en praktische toepassingen (timmerwerk) is in de afdelingen in veel gevallen aan de orde. Ook de eigenschappen van materialen als kunststof, textiel, metaal, steen, beton en glas komen aan de orde in diverse afdelingen. Hierbij spelen milieueffecten en het verwerken van afval een belangrijke rol. Deze aspecten zijn in veel opdrachten in de afdelingen toe te passen.

Exameneenheid 6 Verbranden en verwarmen is voor een groot deel te integreren in de afdelingen. In de bouwtechniek moet er rekening gehouden worden met de manieren waarop warmte zich verspreid (geleiding, stroming, straling). Deze begrippen spelen een belangrijke rol bij het verwarmen en isoleren van ruimtes. Hiervoor kunnen opdrachten ontwikkeld worden met begrippen als temperatuur en luchtvochtigheid in praktische toepassingen als spouwmuurisolatie en dubbele beglazing. Gelieerd hieraan kunnen verschillende verwarmingstoestellen onder de loep worden genomen, met de centrale verwarming als belangrijk voorbeeld.

Exameneenheid 7 Licht en beeld is te integreren in verschillende afdelingen, wanneer er met een kleurenprogramma een kleurontwerp wordt gemaakt. Begrippen als kleuren en het mengen van kleuren, selectieve absorptie en diffuse terugkaatsing kunnen verwerkt worden in praktische opdrachten.

Exameneenheid 9 Kracht en veiligheid kan geïntegreerd worden in de afdelingen waar gereedschappen en machines worden gebruikt. Kracht en hefboomwerking zijn goed te integreren in opdrachten.

​Afstemming tussen natuurkunde en de sector landbouw

Exameneenheid 3 'Leervaardigheden in het vak natuur- en scheikunde 1' is te integreren in alle afdelingen. Het gaat daarbij vooral om het gebruiken van de rekenmachine, maar ook om het gebruiken van en rekenen met grootheden en eenheden.

Exameneenheid 4 'Stoffen en materialen in huis' is goed te integreren in de afdelingen van het beroepsgerichte programma groen. Er kunnen opdrachten ontwikkeld worden waarin onderwerpen als het veilig en doelmatig omgaan met stoffen en apparaten, herkennen en omgaan met (gevaarlijke) stoffen en effecten voor het milieu aan de orde komen.

Exameneenheid 5 Elektrische energie in huis is goed te integreren in afdelingen waar het beheren, onderhouden en repareren van machines, gereedschappen en installaties voorkomen. Onderwerpen als elektrische installatie, spanningsbron, massa en aarde kunnen worden geïntegreerd in opdrachten. Daarbij kunnen vermogen, energiegebruik en beveiliging (zekeringen) een plaats krijgen.

Exameneenheid 6 Verbranden en verwarmen is voor een groot deel te integreren in de afdelingen. In de afdelingen groen moet vaak rekening gehouden worden met de manieren waarop warmte zich verspreid (geleiding, stroming, straling). Deze begrippen spelen een belangrijke rol bij het verwarmen en isoleren van ruimtes. Hiervoor kunnen opdrachten ontwikkeld worden met begrippen als temperatuur en luchtvochtigheid in praktische toepassingen als klimaatbeheersing en het verzorgen van plantenmateriaal. De verschillende verwarmingstoestellen kunnen onder de loep worden genomen, met in het bijzonder de centrale verwarming. Er kunnen in dit verband opdrachten ontwikkeld worden in het kader van (zuinig) energiegebruik.

Exameneenheid 9 Kracht en veiligheid kan geïntegreerd worden in de afdelingen waar gereedschappen en machines worden gebruikt. Kracht, hefboomwerking en veiligheid zijn goed in te passen in opdrachten.