​​
Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Maatschappijwetenschappen
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • PTA

Domein E Voorbeelduitwerking

9-2-2016

​​​Subdomein E3 Effecten van veranderingen binnen een specifieke context

20. De kandidaat kan uitleggen welke veranderingen zich hebben voorgedaan binnen een specifieke context en wat daarvan de effecten zijn op de machtsverhoudingen in de samenleving.

De gevolgen van maatschappelijke ontwikkelingen voor de functies van de media.

Gedacht kan worden aan de volgende ontwikkelingen (kernconcepten): rationalisering, democratisering, institutionalisering, individualisering en globalisering.
Overige ontwikkelingen die dan in beeld kunnen komen zijn bijvoorbeeld: commercialisering, informatisering, fragmentarisering en diversificatie.

Aspecten die aan de orde kunnen komen:

Algemeen

  • Media bepalen voor een belangrijk deel de beeldvorming over de werkelijkheid; denk daarbij aan de begrippen selectieve perceptie, referentiekader, nieuwskleuring.
  • De betekenis van vrijheid van informatie en vrijheid van meningsuiting (pluriformiteit) voor de functies van de media in de Nederlandse parlementaire democratie (grondrechten).
  • Media spelen een rol in het definiëren van groepen en reproduceren (in bepaald opzicht) sociale ongelijkheid.
  • Media vervullen een belangrijke socialisatiefunctie.
  • In (met name traditionele) media vindt vorming plaats van vooral de dominante cultuur en in mindere mate van culturen van minderheden.
  • De verbindende functie van de media kan sociale cohesie bevorderen en kan leiden tot groepsvorming, maar kan ook leiden tot een scheiding in groepen.
  • De invloed van de westerse media op de mondiale berichtgeving is groot en herkenbaar in allerlei voorbeelden (macht van persbureaus).
  • De dominantie van westerse media is te verklaren vanuit de machtsverhoudingen in de wereld.

Veranderingen

  • Door met name de technologische ontwikkelingen is de afhankelijkheid van traditionele media verminderd.
  • Individualisering heeft een sterk effect op het gebruik en de organisatie van de traditionele media (voorheen in zuilen) en de opkomst en het gebruik van sociale media.
  • Commercialisering heeft effect op de functies van de media (de verschuiving van de informerende functie naar de meer amuserende functie en de integratie van informatie en amusement).
  • Omroepen zijn meer marktgericht geworden en kijkcijfers hebben een sterke dominantie.
  • Het medialandschap verandert sterk in aanbod, inhoud en gebruik van media, vooral door technologische vernieuwingen maar ook door bijvoorbeeld het proces van persconcentratie; hierdoor veranderen ook de functies van de media (zoals de informatiefunctie).
  • Door bovengenoemde ontwikkelingen (technologische ontwikkelingen, persconcentratie en monopolievorming) is de macht en invloed van de media veranderd.
  • De invloed van de media op de politiek en de machtsverhoudingen zijn veranderd; media (ook sociale media) bepalen voor een belangrijk deel inhoud en toonzetting van het publieke debat.
  • De ontwikkelingen in de media en het mediagebruik zijn sterk bepaald door het intensieve en wijdverbreide gebruik van sociale media; dit heeft een groot effect op het verspreiden van informatie, de snelheid, de vorm en het karakter van nieuws en nieuwsgaring.
  • Met name de sociale media zijn van belang voor de (voor de ontwikkeling en herkenbaarheid van de) eigen identiteit en de identiteit van de groep waartoe men behoort (groepsvorming).
  • De sociale media  kunnen – mede vanwege het anonieme karakter – ook aanleiding geven tot radicale uitingen en radicalisering, en op deze wijze de toonzetting van de communicatie beïnvloeden.

Subdomein E4: Standpunten van politieke stromingen over vraagstukken die samenhangen met modernisering

21. De kandidaat kan binnen een specifieke context onderscheiden welke standpunten de politieke stromingen innemen ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken die verband houden met modernisering.

Van belang zijn de opvattingen over de rol van de overheid op het terrein van de media. Op basis van ideologische stromingen kan hier verschillend over worden gedacht.

Aspecten die aan de orde kunnen komen:

  • Er bestaan verschillende opvattingen over de (mate en de aard van de) overheidsbemoeienis met media en (de omvang van) het publieke bestel.
  • Er bestaan verschillende opvattingen over de functie van het publieke bestel in relatie tot de commerciële omroepen.
  • Er bestaan verschillende opvattingen over de openbaarheid van overheidsdocumenten, de privacy van persoonsgegevens (bij het gebruik van sociale media) en de (grenzen aan de) vrijheid van meningsuiting op sociale media.
  • De invloed van de politiek op de media is verminderd (een vergelijking kan gemaakt worden tussen de controle van de overheid over de media ongeveer een halve eeuw geleden en tegenwoordig);
  • De rol van de overheid ten opzichte van de media is veranderd en deze verandering is zichtbaar in het veranderende mediabeleid.
  • Het herkennen van propaganda(technieken) en de werking van propaganda(technieken) die je kunt verklaren vanuit het perspectief van de zender en de ontvanger.
  • Het maatschappelijk en politieke functioneren van de media in Nederland kan worden vergeleken met een betekenisvol ander land (bijvoorbeeld Italië, VS, China) en aan de hand daarvan kan de leerling een standpunt bepalen met betrekking tot wenselijkheid van overheidsbemoeienis met media.

Contactpersoon