​​
Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Maatschappijwetenschappen
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • PTA

Domein B Eindtermen

29-1-2016

​​​​​Subdomein B1: Socialisatie

4. De kandidaat kan ontleden hoe cultuuroverdracht en cultuurverwerving door socialisatie plaatsvinden. Hij kan tevens verbanden beschrijven tussen persoonlijke identiteit en collectieve identiteit en culturen classificeren op basis van verschillende culturele dimensies.

Subdomein B2: Politieke socialisatie

5. De kandidaat kan beredeneren wanneer er in een gegeven situatie sprake is van politieke socialisatie. Hij kan tevens standpunten classificeren op basis van ideologieën en politieke dimensies.

Subdomein B3: Visies vanuit de drie paradigma’s op socialisatie en politieke socialisatie

6. De kandidaat kan verschillende visies op socialisatie en politieke socialisatie vanuit drie sociaalwetenschappelijke paradigma’s onderscheiden.

Subdomein B4: Socialisatie binnen een specifieke context

7. De kandidaat kan in hoofdlijnen maatschappelijke ontwikkelingen beschrijven die van invloed zijn op socialisatieprocessen in een specifieke context en op de rol van socialisatoren daarin. Hij kan tevens conclusies trekken over de veranderde socialisatieprocessen.

Subdomein B5: Overheidsbeleid en standpunten van politieke partijen

8. De kandidaat kan weergeven op welke wijze de overheid invloed tracht uit te oefenen op het proces van (politieke) socialisatie. Hij kan tevens afleiden welke opvattingen aanhangers van politieke stromingen hebben over de rol van de overheid binnen een specifieke context.

Toelichting 

Van domein B zijn de subdomeinen B1, B2 en B3 onderdeel van de stof voor het centraal examen. De inhoud van deze domeinen wordt nader omschreven in de syllabus van het CvTE.

Subdomeinen B4 en B5 (hierboven cursief) maken geen deel uit van het centraal examen, in deze subdomeinen komt een context aan de orde waarin vorming een rol speelt. Deze 'context-subdomeinen' moeten onderdeel zijn van het schoolexamen. U gebruikt deze subdomeinen om de kernconcepten die horen bij het hoofdconcept vorming toe te passen, vanzelfsprekend kunnen ook andere kernconcepten (bijvoorbeeld horend bij Verandering of Binding) op deze context worden toegepast.

In deze handreiking kiezen we voor de context Religie, maar u kunt ook kiezen voor een andere context om domein B vorm te geven. Als u in uw PTA opneemt dat het gaat om een context bij het hoofdconcept Vorming (en de context niet concreet benoemt) is het zelfs mogelijk op relatief korte termijn een andere context te ontwikkelen. U kunt bijvoorbeeld denken aan contexten zoals Samenlevingsvormen (zie het havo-programma) of criminaliteit: wat beschouwen we als crimineel gedrag (cultuur), hoe komt iemand tot criminaliteit (socialisatie), politieke opvattingen over criminaliteit (ideologie). Bedenk bij het kiezen van een andere context wel dat voor vwo bewust is gekozen voor complexere en meer abstracte contexten. Een havo-context als Samenlevingsvormen is dus niet ongewijzigd bruikbaar op het vwo. Onderscheid maken tussen verschillende visies op (politieke) socialisatie op basis van de sociaalwetenschappelijke paradigma’s (zie subdomein B3) moet bijvoorbeeld ook binnen de gekozen context kunnen.

Omdat binnen de pilot steeds gewerkt is met de context Religie zullen de voorbeelden en uitwerkingen in deze handreiking over die context gaan. Hieronder vindt u een voorbeelduitwerking op basis van het eindrapport van de vervolgcommissie maatschappijwetenschappen (Schnabel, P. en Meijs, L., 2009)