​​
Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Maatschappijwetenschappen
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • PTA

Constructie van toetsen

26-1-2016

​​​​​​​​​​​​Bij het maken van een toets zijn de volgende vragen van belang:

  • Over welke leerstof gaat de toets, en wat zijn de leerdoelen bij deze leerstof?
  • Weten de leerlingen wat er in de toets gevraagd kan worden? Weten ze precies welke leerstof geleerd moet worden? Zijn ze op de toets voorbereid, is de leerstof in een les nog eens herhaald of hebben ze oefentoetsen/diagnostische toetsen gemaakt?
  • Is het helder wat op welke wijze getoetst gaat worden? Bijvoorbeeld vaardigheden door middel van een doe-opdracht, kennis door middel van gesloten vragen, inzicht door middel van open vragen (al dan niet met een bron erbij), toepassing door middel van een casustoets.
  • Waren de lessen, de gebruikte teksten, werkvormen en leeractiviteiten een goede voorbereiding op de toets? Als leerlingen bijvoorbeeld alleen maar definities van kernconcepten hebben geleerd, moet de toets geen inzichtvragen stellen.

De onderstaande vragen en aandachtspunten kunnen een hulpmiddel zijn bij de constructie van een toets. Het samenstellen van een goede toets is namelijk niet eenvoudig.

  • Wat is de functie van de toets? Formatief (hulp bij studievoortgang, een soort diagnostische oefentoets) of summatief (afrondend, bijvoorbeeld een eindtoets na een lessenreeks)?
  • Sluit de gekozen toetsvorm goed aan bij de doelen van de leerstof? Als er bijvoorbeeld vaardigheden aangeleerd zijn, moet de toets geen schriftelijke toets met meerkeuzevragen zijn.
  • Worden er verschillende toetsvormen gebruikt? Bijvoorbeeld: open vragen, gesloten vragen, casussen en/of vaardigheidsvragen.
  • Is er voldoende diversiteit in het niveau van de vragen?
  • Hoeveel tijd hebben de leerlingen voor de toets? De vuistregel voor het bepalen van de maximale tijd is dat het leerlingen minstens twee keer zo lang kost om een toets te maken dan leraren.
  • Het is aan te raden van tevoren een toetsmatrijs te maken waarin de te toetsen kennis, inzichten en vaardigheden zijn opgenomen. De toetsmatrijs is een goede manier om een inhoudsvalide (representatieve) toets met een goede opbouw te maken. Het gebruik van een toetsmatrijs voorkomt dat de toets zich te eenzijdig op bepaalde leerdoelen richt en helpt een vraagvorm aan een leerdoel te koppelen. Hieronder staat een voorbeeld van een toetsmatrijs.
 Kennis Vaardigheden
Leerdoelen MemoriserenBegrijpenAnalyserenInformatieCC-benaderingOnderzoek
Leerdoel A5 pnt   5 pnt   
Leerdoel B 10 pnt 15 pnt    
Leerdoel C5 pnt 10 pnt   5 pnt  
Leerdoel D 10 pnt     
Leerdoel E   20 pnt   15 pnt
       
 10 30 35 5515
  • Maak tijdens het construeren van de toets ook een antwoordmodel.
  • Vergeet daarbij niet de normering (het aantal punten dat per vraag verdiend kan worden) te maken.
  • Het is ook aan te raden tijdens het construeren van de toets de cesuur vast te stellen, de grens tussen voldoende en onvoldoende.
  • Zet bovenaan de toets, indien gewenst, een toetsinstructie. Wat mag wel en wat niet tijdens de toetsafname?
  • Ook zou onder aan de toets gevraagd kunnen worden:
    • Hoe leerlingen de toets vonden.
    • Hoeveel tijd aan de voorbereiding ervan besteed is.