​​
Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Maatschappijwetenschappen
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • PTA

Onderscheid havo-vwo

26-1-2016

​​​​​​​​Er is een duidelijk onderscheid tussen het havo- en het vwo curriculum. Dat is onder andere gerealiseerd door in de vwo syllabus voor abstractere contexten te kiezen.

Hoewel de hoofd- en kernconcepten voor havo en vwo hetzelfde zijn, worden de kernconcepten in het vwo programma verder uitgewerkt door uitgebreidere theoretische beschrijvingen en verwijzingen naar drie wetenschappelijke paradigma's. Daardoor is ook de uitwerking van de verschillende denkvaardigheden in de concept-context benaderingen voor het vwo iets uitvoeriger. Zie bijlage 4 van de syllabus ​​voor vwo.

Verder is het examenprogramma voor vwo omvangrijker dan voor havo. Bij vwo is er één domein meer in het schoolexamen. Het programma bevat  namelijk zowel de analyse van een sociale actualiteit als een politieke actualiteit, voor havo geldt een keuze daaruit. Daarnaast  is het Domein A3 Onderzoeksvaardigheden op vwo uitgebreider dan op havo.

 

Er is bewust afgestapt van wisselende examenonderwerpen, omdat 'een dergelijk systeem de vergelijkbaarheid van de examens van jaar tot jaar verstoort, het bezwaarlijk is in verband met de leermiddelenvoorziening en het tot een onnodig grote belasting leidt van allen die bij de examens betrokken zijn'[1]. In plaats daarvan is gekozen voor vier vaste domeinen voor vwo en havo:

  • Domein B Vorming (binnen een specifieke context).
  • Domein C Verhouding (binnen een specifieke context).
  • Domein D Binding (binnen een specifieke context).
  • Domein E Verandering (binnen een specifieke context).

Door de keuze voor de concept-contextbenadering zijn niet de thema's (zoals in het oude examenprogramma) maar de concepten centraal komen staan. Voor leerlingen is een concretiseringslag nodig: dat zijn de contexten. Zo leren havoleerlingen in domein C het hoofdconcept verhouding aan de hand van de context Maatschappelijke verschillen; vwo-leerlingen leren hetzelfde hoofdconcept aan de hand van de context Machtsverhoudingen in de wereld.

Uiteindelijk is ervoor gekozen de contexten niet te noemen in het examenprogramma. Om een voorbeeld te geven: voor havo-leerlingen is in de syllabus gekozen voor de context Samenlevingsvormen bij het hoofdconcept Vorming, maar in het examenprogramma zelf vindt u deze term niet terug, Daarin staat nu 'binnen een specifieke context'. Dat maakt het mogelijk op langere termijn een andere context in de syllabus op te nemen zonder dat het officiële examenprogramma moet worden veranderd.

Het ministerie vond vier domeinen te veel voor het centraal examen. Daarom is één van de vier domeinen verplaatst van het centraal examen naar het schoolexamen. Bij vwo werd het domein B verplaatst naar het schoolexamen, bij havo domein E.

 

Voor het schoolexamen is verder gekozen voor de actualiteit. De vier hoofdconcepten moeten leerlingen kunnen toepassen op actuele situaties: in domein G zijn dat actuele verkiezingen. Leerlingen leren over politieke en sociale participatie, het belang van verkiezingen en de verschillen tussen de verkiezingen in Nederland en die in een ander land  en concrete kwesties die spelen bij actuele verkiezingen. In domein F kiest de docent of de leerling een sociale actualiteit (maatschappelijk vraagstuk) al dan niet gelieerd aan één van de overige domeinen.

Voor het havo-programma kan gekozen worden uit ofwel domein F ofwel domein G, voor het vwo-programma gelden beide domeinen.



 

[1] Brief van de staatssecretaris mevr. Van Bijsterveldt, aan SLO, kenmerk VO/OK/51317, onderwerp vervolgcommissie maatschappijwetenschappen.