​​
Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Lichamelijke opvoeding
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • PTA

Toelichting op PTA als portfolio

19-10-2015

Het programma: verschil havo en vwo

Het programma dat als voorbeeld wordt gebruikt is een programma voor havo 4/5. Het vwo-programma zal er op hoofdlijnen hetzelfde kunnen uitzien, maar de verdeling van de onderdelen over de tijd is iets anders. Vwo-leerlingen hebben meer tijd beschikbaar voor het programma en zij zullen dus een grotere diepgang kunnen bereiken. In de uitwerking van de portfolio-instrumenten zal het zo zijn dat vwo-leerlingen minder structurering nodig hebben. Zij zullen met meer open opdrachten ook uit de voeten kunnen. Bovendien zal de diepgang die zij in de opdrachten en in de reflectie daarop bereiken ongetwijfeld groter zijn.

Toelichting op het PTA-overzichtsformulier

Leerjaren en periode
Het voorbeeld portfolio is ontwikkeld voor een bestaande school. De school onderscheidt in haar programma per leerjaar vijf periodes. Deze periodes komen overeen met de reguliere vakanties. Periode A: begin tot herfstvakantie; periode B: herfst- tot kerstvakantie; periode C: kerst- tot voorjaarsvakantie; periode D: voorjaars- tot meivakantie; periode E mei- tot zomervakantie. Leerjaar 4 havo kent vijf periodes. Leerjaar 5 havo kent drie periodes.

Contacttijd en zelfstudietijd
Lichamelijke opvoeding op het havo heeft een totale studielijst van 120 klokuren. Deze studielast is verdeeld over de verschillende activiteiten. Deze tijd is aangegeven in lesuren van 50 minuten. De totale contacttijd is 120 x 50 minuten = 100 klokuren. De overige zelfstudietijd is weergegeven in 20 klokuren.

Aanwezigheid
In kolom 'aanwezigheid' wordt alleen genoteerd (indien van toepassing) het aantal keren afwezig bij het betreffende thema. Aanwezigheidsplicht is 100%. Bij geldige reden (ziekte, bezoek dokter en dergelijke) mag per leerjaar ten hoogste vijf lessen worden gemist. Bij een afwezigheid van meer dan vijf lessen worden één of meer vervangende opdrachten gedaan (overeenkomend met het totaal aan gemiste studielast).

Participatie
Per onderdeel wordt beoordeeld of de leerling voldoende heeft geparticipeerd. In deze kolom wordt alleen onvoldoende participatie genoteerd, uiteraard pas nadat de docent en de leerling daar al uitvoerig over hebben gesproken. Criteria: inzet, werkhouding, omgang met klasgenoten en docent en houden aan afspraken. Indien de participatie voor een bepaald onderdeel onvoldoende is, dan wordt de activiteit herkanst. Veelal vindt de herkansing van onvoldoende participatie van activiteiten uit 4 havo plaats in 5 havo.

Portfolio: dossier en zelfevaluaties
De codes verwijzen naar de instrumenten/opdrachten die moeten worden verwerkt en verzameld in het portfolio van de leerling. De codes werken zoals een inhoudsopgave/checklist van het portfolio. In principe is het de bedoeling dat de instrumenten/opdrachten schriftelijk worden verwerkt. Een en ander is direct zichtbaar voor de docent. Het is ook mogelijk het portfolio digitaal te laten samenstellen. Immers alle instrumenten/opdrachten kunnen digitaal worden aangeboden aan de leerlingen. Voorwaarde is dat dat aansluit bij een schoolbrede aanpak.

Periodeoordeel
Per periode (Ev.1, Ev.2 en Ev.3) vind er een oordeel plaats: onvoldoende, voldoende of goed. Dit oordeel wordt per periode gerapporteerd. Het is een periodeoordeel dat is gebaseerd op het doorlopen leerproces van de leerling in die periode. In eerste instantie beoordeelt de leerling zichzelf in de periodebeoordeling en hij levert zijn portfolio op afspraak in bij de docent. Vervolgens krijgt de leerling in een groepje een portfoliogesprek. Voorwaarde om aan het gesprek te mogen deelnemen is dat het portfolio van de betreffende leerling compleet is. Ten slotte geeft de docent zijn/haar oordeel.

Bij de beoordeling staat de uitbreiding van het arsenaal van de mogelijkheden van de leerling centraal, als beweger én als regelaar. Het betreft een oordeel over de deelname aan alle activiteiten gezamenlijk over de gehele periode. Centraal hierbij is de wijze van participeren. Alleen de onvoldoende participaties worden gerapporteerd: bij onvoldoende participatie van één of meer activiteiten volgt geen periode-evaluatie.

Bij zijn periodeoordeel betrekt de docent het portfolio met de dossierinstrumenten en de tussentijdse zelfevaluaties. Hierbij gaat het er om in hoeverre de instrumenten/opdrachten schriftelijk qua inhoud en verzorging zijn verwerkt. De onvoldoende instrumenten/opdrachten worden herkanst alvorens er een periodeoordeel wordt gegeven. Er geldt geen compensatieregeling.

Hoe meer mogelijkheden een leerling bij zich zelf ontwikkelt, hoe positiever het oordeel. Voorbeelden van mogelijkheden zijn: bewegingsvaardigheden, initiatieven nemen, zelfstandig kunnen werken en samenwerkend leren, kunnen omgaan met verschillen, hulpverlenen, anderen aanwijzingen kunnen geven, aanwijzingen aannemen en verwerken, reflecteren op zijn eigen sportvraag: wat wil/kan ik en de relatie tot de verschillende activiteiten.

Eindoordeel
Het eindoordeel komt tot stand op grond van de verschillende periodeoordelen.
Bij één of meer periodes 'onvoldoende' is het eindoordeel 'niet naar behoren'. De docent geeft aan welke activiteiten/elementen 'onvoldoende' zijn. Deze activiteiten/elementen moeten worden herkanst.
Bij twee of drie periodes 'goed' wordt het eindoordeel 'goed', anders is het 'voldoende'. Leerlingen sluiten lichamelijke opvoeding naar behoren af indien het eindoordeel totaal 'voldoende' of 'goed' is.

Bewegen
In de toelichting op de programmaonderdelen wordt vermeld welke bewegings- of regelvaardigheden  horend bij de verschillende bewegingsactiviteiten  de leerlingen kunnen verbeteren. Het geeft de leerlingen kort en bondig aan welke deelnamemogelijkheden verder kunnen worden ontwikkeld. Centraal daarbij staat steeds welk leerproces de leerling qua bewegingsvaardigheden heeft doorlopen, niet welk niveau van bewegen de leerling heeft bereikt.