Sector
  • Vmbo
Vakinhoud
  • Kunst en cultuur
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen

KV/K/1 Oriëntatie op leren en werken

1-9-2017

De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van kunst en cultuur in de maatschappij.

Sinds het bestaan van het vmbo moeten alle algemeen vormende vakken aandacht besteden aan loopbaanoriëntatie (LOB). Dit is zowel geborgd in de preambule (Leren reflecteren op de toekomst) als in het examenprogramma zelf (Oriëntatie op leren en werken).

In 2016 zijn de examenprogramma's voor de beroepsgerichte profielen geactualiseerd, ook voor loopbaanoriëntatie zijn de eindtermen aangepast. Daar waar voorheen de nadruk lag op kennis vergaren om een beargumenteerde (eenmalige) keuze te maken, richt de tegenwoordige visie zich op ervaringen en het 'leren kiezen'. Dit is om leerlingen beter voor te bereiden op een leven waarin door de veranderende arbeidsmarkt zij telkens opnieuw gedwongen worden na te denken over hun toekomst. Ook de algemene vakken kunnen profiteren van deze inzichten. Deze inzichten zijn er op gericht dat leerlingen realistische ervaringen in de beroepspraktijk krijgen en dat zij de ervaringen kunnen verbinden met eigen wensen en mogelijkheden: wat kan ik, wat wil ik en wie kunnen mij daar het best bij helpen? Sinds augustus 2016 moeten alle vmbo-leerlingen ook hun loopbaanontwikkeling inzichtelijk maken in een loopbaandossier. De volgende loopbaancompetenties staan daarin centraal.

​Loopbaancompetenties
​Kwaliteitenreflectie (Wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
​Motievenreflectie (Waar ga en sta ik voor en waarom?)
​Werkexploratie (Waar ben ik het meest op mijn plek en waarom?)
​Loopbaansturing (Hoe bereik ik mijn doel en waarom zo?)
​Netwerken (Wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die?)


Oriëntatie op leren

De oriëntatie op de eigen loopbaan en heeft betrekking op een groot aantal opleidingen en beroepen in de culturele sector en de creatieve industrie. Oriëntatie op leren slaat op alle vervolgopleidingen waarbij kunst en cultuur een rol speelt. In het mbo gaat dat om bijvoorbeeld ambachtelijke opleidingen, artiestenopleidingen of media- en vormgevingsopleidingen. Voor leerlingen met een interesse in 'Groen' is bijvoorbeeld bloemstylist een creatief beroep.

Oriëntatie op werken

Bij oriëntatie op werken kunnen leerlingen zich verdiepen in uitvoerende kunstenaars zoals dansers, muzikanten, ontwerpers of vormgevers. Daarnaast kunnen ze zich een beeld vormen van het werk 'achter de schermen' in bijvoorbeeld culturele instellingen. Ze kunnen kennismaken met mensen die de technische voorwaarden realiseren of werken in de ondersteuning en de dienstverlening als cateraar, gastvrouw/-heer of beveiliger. Daarnaast valt te denken aan degenen die agogische en ondersteunende taken verrichten op het gebied van dagbesteding en de invulling van vrije tijd.

Concreet betekent het dat de leerling in het vak, of vakoverstijgend, gestimuleerd wordt te oefenen met het maken van loopbaankeuzes. Leerlingen kunnen ervaring opdoen door middel van oriënterende en realistische activiteiten in het opleidingsveld, het beroepenveld en het maatschappelijke domein. Dit kan door leerlingen activiteiten uit te laten voeren binnen én buiten het curriculum. Leerlingen reflecteren op de eigen kwaliteiten en motieven, het eigen handelen en de opgedane ervaringen, bij voorkeur op een gevarieerde wijze. In onderstaande LOB-disk is dit gevisualiseerd. Het examenprogramma biedt allerlei kansen leerlingen kennis te laten maken met de praktijk.

LOB-disk.png 

De LOB-disk is een hulpmiddel om:

  • op school, met de decaan of de LOB-coördinator het gesprek te kunnen voeren over het beleid en de praktijk;
  • samen te kunnen werken aan de optimalisering van LOB;
  • bij de inhoudelijke en praktische concretisering van LOB;
  • bij de bepaling en spreiding van LOB-lesactiviteiten.