Sector
  • Vmbo
Vakinhoud
  • Kunst en cultuur
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen

KV/K/3 Culturele en kunstzinnge activiteiten

1-9-2017

​​De kandidaat kan zich een beeld vormen van het culturele en kunstzinnige veld door te kiezen voor en actief deel te nemen aan ten minste 4 culturele en kunstzinnige activiteiten die gerelateerd zijn aan verschillende kunstvakken (zoals bijvoorbeeld: beeldende vorming, muziek, dans, en drama). Ten minste één kunstzinnige activiteit resulteert in de productie en presentatie van eigen werk.

De kern van het examenprogramma zijn de culturele en kunstzinnige activiteiten. Leerlingen ondernemen activiteiten en maken en presenteren eigen werk. Zij doen daarvan verslag in een kunstdossier waarvan de vorm vrij is. Dat wil zeggen de vorm  in woord, beeld of geluid  is nader te bepalen door de leerling in overleg met de leraar.

Voortbouwend op de ervaringen in de onderbouw is het doel van het examenprogramma dat leerlingen in de volledige breedte van het domein kennis kunnen maken met hun culturele omgeving en het culturele aanbod, en dat zij zelf werk kunnen maken en presenteren. Het vak richt zich op de ervaring en de praktijk. Het uitgangspunt is dat leerlingen met nieuwe vormen van kunst (ook buiten school) in aanraking komen, zelfstandig keuzes leren maken en de samenhang zien tussen kunst en cultuur.

Daarbij valt te denken aan:

  • Workshops over dans, muziek, mode, fotografie, theater, circus, film, vormgeving, printtechnieken etc.;
  • Bezoeken van concerten, dans-, film-, theater en filmvoorstellingen of repetities;
  • Kijkje achter de schermen bij culturele instellingen of bezoek aan ateliers en werkplaatsen;
  • Bezoeken van tentoonstellingen en/of collectie van beeldende kunst en/of vormgeving (waaronder ook film, foto, video en multimediale kunst);
  • Deelnemen aan excursies (architectuurwandelingen, beeldenroutes);
  • Bijwonen van een televisieopnames;
  • Praktische lesactiviteiten in één of meerdere kunstdisciplines, zoals het maken van een fotoreportage, schilderen, tekenen, muziek maken, toneelspelen en dergelijke.

Binnen het examenprogramma is veel ruimte voor het aanleren van vaardigheden. Dit geldt voor vakspecifieke vaardigheden, algemene (vakoverstijgende) vaardigheden en loopbaanoriënterende vaardigheden. 

Methodiek Kunstvakken inclusief ckv

Onderstaande methodiek kan gebruikt worden om het examenprogramma te vertalen naar een onderwijsprogramma. Het geeft helderheid en biedt de mogelijkheid er een planning aan te koppelen. De methodiek bestaat uit 7 stappen. De stappen 3 tot en met 6 worden een paar keer herhaald. Onderstaand de beknopte versie. De samenhang tussen LOB en het examenprogramma wordt zichtbaar in de uitgebreide versie.

​1​Oriëntatie op begrippen kunst en cultuur​Wat heeft de leerling meegemaakt? Wat heeft de leerling gemaakt? Welke terreinen zijn blanco? Wat spreekt aan en waarom?
Hoe definiëren leerlingen kunst en cultuur?
​2​Verkenning van de culturele omgeving​Waar staan de beelden, bij welke instellingen kun je dansen, muziek maken of schilderen, waar zijn de musea en bioscopen, welke evenementen zijn er zoal? Waar zijn de ateliers en ontwerpbureaus? Ook belangrijk: Wat spreekt de leerling aan en waarom?
​3​De keuze voor een culturele activiteit inclusief oriëntatie​Welke activiteiten sluiten aan bij de belevingswereld van de leerlingen? Welke activiteiten verruimen de horizon?  Om een keuze te kunnen maken uit het aanbod verzamelen leerlingen inhoudelijke en praktische informatie over de activiteit.
​4​De keuze voor een kunstzinnige activiteit, inclusief oriëntatie​Het is goed de samenhang tussen de culturele activiteiten en de praktijk van één of meerdere van de kunstvakdisciplines voor leerlingen zichtbaar maken. Hoe kan de culturele activiteit de start zijn van een kunstzinnige vervolgactiviteit of andersom? Het kan ook een opdracht zijn om een activiteit verder te verkennen.
​5​Ondernemen en/of produceren​Soms is het mogelijk om handige combinaties te maken, bijvoorbeeld: leerlingen bezoeken een kunstenaar in zijn atelier en bekijken zijn of haar werk, zij nemen meteen een interview af en kunnen zo zelf werk produceren.
​6​Vormvrij kunstdossier en reflectie​Leerlingen moeten hun activiteiten documenteren in een kunstdossier waarvan de vorm vrij te kiezen is. Dit kan bijvoorbeeld een videofragment, een audio-bestand of een fotoreportage zijn. De keuze voor de vorm zegt iets over de interesse of talenten van de leerlingen.
​7​Presentatie​Tijdens de presentatie delen de leerlingen hun ervaringen met medeleerlingen en leraren. Door welke ervaring of welk inzicht is de leerling geraakt? Dit is ook het moment om het eigen werk onder de aandacht te brengen.


Vaktaal en vakbegrippen

De kunstdisciplines, die onderdeel uit kunnen maken van het centraal examen voor gl en tl, kennen allemaal een syllabus met daarin een begrippenlijst. Deze zijn te vinden in de syllabi van de verschillende kunstdisciplines: dans, drama, muziek en beeldend. In de syllabus zijn termen en begrippen uitgewerkt.
Diverse methodes vermelden eveneens begrippenlijsten die ook gebruikt kunnen worden bij Kunstvakken inclusief CKV. De school kan er ook voor kiezen een eigen begrippenlijst te maken.