Sector
  • Vmbo bovenbouw gl
  • Vmbo bovenbouw tl
Leerplankundig thema
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen
  • Handreiking

Eindterm 28: Digitale media

3-3-2016

Voorbeelden van digitale media zijn:

  • een i-pod;
  • een mobiele telefoon;
  • een computer.

Voorgesteld wordt dat leerlingen naast een website voor ten minste één van deze voorbeelden een media-uiting op planmatige wijze uitwerken. Het stappenplan voor de ontwikkeling van media-uiting voor een printmedium kan ook gehanteerd worden bij de ontwikkeling van een media-uiting voor een digitaal medium.

Op deze media kunnen digitale communicatie-uitingen uitgebracht worden, zoals een podcast, een computergame, een app, een website of een audio/videopresentatie. Specifieke kenmerken van deze media zijn de verspreidingsgraad onder de doelgroep, het bedieningsgemak, de mogelijk- en onmogelijkheden die een medium biedt voor een media-uiting. Inzicht in deze kenmerken betreft bijvoorbeeld een keuze voor een medium en welke uiting voor dat medium geschikt is voor de communicatieboodschap ten behoeve van de beoogde doelgroep.

Vormgevingsprincipes voor printmedia gelden ook voor digitale media met inachtneming van het volgende.

  • Een printmedium heeft een statisch karakter. Als het gereed is, wordt het door leden van de doelgroep niet meer veranderd – meestal kan dat niet eens. Een media-uiting in een digitaal medium kent een dynamisch karakter. Er is beweging, geluid en de ontvanger kan navigeren door de media-uiting. Daarom zijn er naast de genoemde vormgevingsprincipes ook principes met betrekking tot de gebruikersinterface.

  • In sommige gevallen is de gebruikersinterface van een digitaal medium in afmetingen beperkt, zoals bij mobiele media. Dat stelt specifieke eisen aan de vormgeving van de media-uiting.

De meest bekende media-uiting voor computers is de website. In het algemeen kunnen er drie soorten websites onderscheiden worden:

  • de statische website, die zich toont aan de sitebezoeker zonder dat de bezoeker de content kan beïnvloeden en die bij elk bezoek dezelfde content bevat;

  • de interactieve website, waarmee de sitebezoeker kan interacteren door middel van besturingselementen als knoppen en invulvelden, maar die bij elk bezoek zich in eerste aanleg op dezelfde wijze toont aan de bezoeker;

  • de dynamische website, waarvan de content bij elk bezoek kan verschillen.

Combinaties van bovenstaande soorten websites zijn gebruikelijk. Het beoogde inzicht kan inhouden dat leerlingen deze drie soorten kennen, herkennen in een concrete situatie en in staat zijn aan te geven welk soort website (of combinatie daarvan) zich het best leent voor een bepaalde boodschap aan een bepaalde doelgroep.

Een (statische) website kan ontwikkeld worden door zelf HTML-code te programmeren. Daarnaast bestaat er programmatuur die de HTML-code van een website kan genereren aan de hand van een site-ontwerp, dat door de site-ontwikkelaar aan het programma wordt aangeboden. Voorgesteld wordt dat leerlingen in staat zijn eenvoudige websites in HTML te programmeren. Het betreft hier statische websites met enkele opmaakkarakteristieken en mogelijk een figuur. De opmaak van de website vergt enkel het gebruik van standaard-HTML-tabs als <h..>, <br>, <b> en <image> alsmede van kleurstellingen. Verdergaande vaardigheid in het ontwikkelen van websites wordt niet voorgesteld. Mocht een school daar desondanks wel voor kiezen, dan verdient het aanbeveling gebruik te maken van tools waarmee HTML-code gegenereerd wordt.

Speciale aandacht bij de ontwikkeling van een website betreft het karakter van eventuele teksten op de website. Het schrijven voor het web verschilt van het schrijven van gedrukte teksten. Een webtekst is niet noodzakelijk lineair van aard met een inleiding, een kern en een afsluiting, maar meer een netwerk van naar elkaar verwijzende tekst- en andere fragmenten. Bovendien stelt schrijven voor het web vereisten aan de lengte van zinnen, het gebruik van tekstkoppen, enzovoorts.

Contactpersoon