Sector
  • Havo bovenbouw
  • Vwo bovenbouw
Vakgebied
  • Informatica
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking

Het PTA

15-1-2019
​​​​​​​​​​​​Het PTA is de formele weerslag van de inrichting van het schoolexamen. Nadenken over het PTA impliceert nadenken over het lesprogramma voor de hele bovenbouw. Op deze pagina vindt u een heel aantal vragen waar u over na moet of kunt denken. Ook is er een aantal voorbeeld PTA's​ verzameld.

  1. Wat moet er in een PTA staan?
  2. Hoeveel tijd besteed ik aan ieder domein?
  3. Hoe verdeel ik de verschillende domeinen over de twee of drie jaar bovenbouw? 
  4. Kan ik domeinen opsplitsen of combineren tot samenhangende eenheden? 
  5. Met welke domeinen uit het kernprogramma zijn de keuzedomeinen goed te combineren?
  6. Wie kiest de keuzedomeinen?
  7. Welke keuzedomeinen ga ik behandelen?
  8. Wat voor soort toetsen neem ik af?
  9. Hoe zwaar weegt iedere toets mee voor het eindexamen?
  10. Doe ik een afsluitend project aan het eind?​​

Wat moet er in een PTA staan?

Een PTA moet aan een aantal minimale eisen voldoen:

  • Het moet jaarlijks vóór 1 oktober van het betreffende schooljaar worden vastgesteld.
  • Het moet alle onderdelen van het examenprogramma bevatten
  • Voor alle onderdelen moet in ieder geval de volgende informatie worden beschreven:
    • de inhoud;
    • de wijze van examinering;
    • de mogelijkheden tot herkansing;
    • de weging.

Hoeveel tijd besteed ik aan ieder domein?

Het nieuwe examenprogramma informatica bestaat uit 5 kerndomeinen en een aantal keuzedomeinen​. Havoleerlingen doen twee keuzedomeinen, vwo-leerlingen doen er vier. Voor deze domeinen hebben havoleerlingen in totaal 320 studielastuur (slu) en vwo-leerlingen 440. In principe is de verdeling van de slu over de verschillende domeinen vrij, maar het ligt voor de hand om te stellen dat de 120 slu die extra in het vwo-programma zitten, overeenkomen met de twee extra keuzedomeinen die een vwo-leerling doet. Eén keuzedomein staat dan voor 60 slu. Dit betekent dat er 200 slu overblijft voor de kerndomeinen. Omdat er 5 kernmodules zijn, heeft iedere kerndomein dan een gewicht van 40 slu. Nog een aantal opmerkingen:

  • Zoals gezegd is dit een suggestie en staat het u vrij hiervan af te wijken.
  • Een vwo-leerling gaat sneller door dezelfde stof heen dan een havoleerling. Omdat het examenprogramma vrijwel geen verschil maakt tussen een havo- en een vwo-leerling, zal de vwo-leerling deze tijd dus gebruiken om de stof op een hoger niveau te beheersen. In de voorbeeldspecificaties bij de verschillende domeinen worden suggesties gedaan voor extra inhoud voor vwo.
  • De constructieteams hebben de modules voor de keuzedomeinen met 60 slu in gedachten ontwikkeld.
  • Bij deze berekening is aangenomen dat het vaardigheidsdomein A geïntegreerd onderwezen wordt in de andere domeinen. 
 

Hoe verdeel ik de verschillende domeinen over de twee of drie jaar bovenbouw?

Hoe u de verschillende domeinen over de jaren van de bovenbouw verdeelt, hangt onder andere af van het aantal lesuren dat ter beschikking staat in de verschillende jaren: dat bepaalt of de stof gelijkmatig over de verschillende jaren wordt verdeeld of niet. Maar onafhankelijk daarvan kunnen nog veel keuzes gemaakt worden over de volgorde.

  • U kunt bijvoorbeeld kiezen om eerst alle kerndomeinen te behandelen en daarna de keuzedomeinen. U kunt er ook voor kiezen deze juist af te wisselen door bijvoorbeeld ieder jaar te eindigen met een keuzedomein. Het voordeel van de eerste keuze is, vooral als niet alle leerlingen dezelfde keuzedomeinen doen, dat u begint met een gezamenlijke basis voordat leerlingen zich individueel verdiepen. Voordeel van de tweede keuze is, vooral als leerlingen individueel kiezen, dat de keuzemogelijkheden meer gelijkmatig over het programma zijn verdeeld.
  • U kunt kiezen om een domein geheel in een bepaald jaar te behandelen, of juist ieder jaar, met steeds meer diepgang, terug te komen op dezelfde domeinen. Voordeel van de eerste keuze is dat het onderwijs uit mooie afgebakende eenheden bestaat die direct kunnen worden afgesloten. Voordeel van de tweede keuze is dat herhalen en voortbouwen op eerder aangeboden stof vaak een groter leereffect heeft.
  
  

Kan ik domeinen opsplitsen of combineren tot samenhangende eenheden?

Het examenprogramma is door de vernieuwingscommissie in samenhangende domeinen geformuleerd. U hoeft deze domeinen echter niet als onderwijseenheden te gebruiken. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen twee domeinen samen als eenheid te beschouwen of juist een domein op te knippen in twee losse eenheden. Hieronder geven we een aantal voorbeelden van mogelijkheden:

  • Combineer subdomein E2, over technische aspecten van security, en F4, over socio-technische aspecten, tot één eenheid over security.
  • Combineer subdomein B1, over algoritmen, met domein D, over programmeren, tot één eenheid over het ontwerpen en implementeren van algoritmen.
  • Combineer Subdomein B3, over datastructuren, C4, over standaardrepresentaties, en aspecten van D1, over het schrijven van programma's, tot één eenheid over het werken met gegevens in een gekozen programmeertaal.
  • Combineer Subdomeinen C1t/m3, over informatie, met subdomein F3, over privacy.

  

Met welke domeinen uit het kernprogramma zijn de keuzedomeinen goed te combineren?

De meeste keuzedomeinen sluiten goed aan bij een bepaald (sub)domein uit het kernprogramma. Hiervan kunt u gebruik maken bij het opstellen van het PTA.

                    

Wie kiest de keuzedomeinen?

Niet alle leerlingen op een school of in een klas hoeven dezelfde keuzedomeinen​ te doen. Dat betekent dat u deze keuze ook aan de individuele leerling over kunt laten. De belangrijkste reden om die keuze aan leerlingen over te laten is dat zij een onderwerp kunnen kiezen dat aansluit bij hun persoonlijke interesse, voorkeur of behoefte. Nadelen zijn dat het een stuk meer werk kan zijn om leerlingen te begeleiden die aan 12 verschillende keuzedomeinen werken en dat u een mogelijkheid verliest om onderwerpen die volgens u belangrijk zijn te benadrukken. Leerlingen de volle vrijheid geven enerzijds en alles zelf beslissen anderzijds zijn natuurlijk de uitersten: u kunt ook tussenvormen kiezen zoals leerlingen laten kiezen uit een beperktere subset, leerlingen maar één van de twee/vier keuzedomeinen zelf laten kiezen, een projectopdracht doen waarbij leerlingen kunnen kiezen uit een beperkte set rollen met bijbehorende keuzedomeinen of als klas stemmen over welk keuzedomein wordt behandeld.     

               

Welke keuzedomeinen ga ik behandelen?

Als u besluit (een gedeelte van) de keuzedomeinen zelf te kiezen, dan zijn er verschillende overwegingen die mee kunnen spelen:

  1. Zijn er onderwerpen die u zelf interessant of belangrijk vindt of waar u, door uw achtergrond, bijzondere expertise in hebt?
  2. Zijn er bij u in de regio bedrijven of instellingen die actief zijn op het gebied van één of meer onderwerpen? Dit kan veel mogelijkheden bieden op het gebied van bijvoorbeeld excursies, authentieke (project)opdrachten en/of gastsprekers.
  3. Zijn er onderwerpen die goed passen bij de visie en/of het curriculum van de school? Voor een school die veel aandacht besteedt aan digitaal burgerschap kan keuzedomein Q: Maatschappelijke en individuele invloed van informatica​ bijvoorbeeld interessant zijn. Of het kan juist zijn dat de leerlingen op dit gebied al zo'n hoog niveau hebben dat het keuzedomein weinig toe zou voegen.
  4. Zijn er onderwerpen die goed passen bij de specifieke leerlingpopulatie van een klas? Dit speelt vooral als bij u op school bijvoorbeeld aparte klassen informatica zijn voor M-profiel en N-profiel leerlingen.
  

Wat voor soort toetsen neem ik af?

Bij informatica onderscheiden we drie soorten toetsen:

  • Theorietoetsen: individuele toetsen met pen en papier, die onder toetscondities afgenomen worden.
  • ​Praktijktoetsen: individuele toetsen waarin een leerling een korte en afgebakende praktische opdracht moet uitvoeren, zoals bijvoorbeeld een programma aanpassen.
  • Projectopdrachten: grotere, open opdrachten waar leerlingen in groepen aan werken en waarvoor langer de tijd is.

Welke toets het beste past, hangt helemaal af van de leerdoelen die u heeft.

  • Een theorietoets past het best als er kennis wordt getoetst of vaardigheden die zonder computer kunnen worden uitgevoerd.
  • Een praktijktoets past het beste als digitale vaardigheden worden getoetst die goed in een afgebakende setting passen, zoals het aanpassen van een bestaand programma of het programmeren van een programmamodule.
  • Een projectopdracht past het beste als een grotere set vaardigheden wordt getoetst, als sociale en communicatieve vaardigheden worden getoetst en/of als meer complexe vaardigheden getoetst worden, zoals bij het ontwerpen van een website of het programmeren van een groter programma.
  

Hoe zwaar weegt iedere toets mee voor het eindexamen?

Voor de onderlinge weging van de cijfers zijn een hoop beslissingen te maken

  • Tellen de cijfers (aan het begin) van de 4e klas nog niet mee voor het examen zodat leerlingen kunnen wennen aan het vak informatica in de bovenbouw zonder dat een slecht gemaakte toets meteen effect heeft op hun slaagkans? Of tellen alle cijfers mee zodat onderwerpen meteen kunnen worden afgesloten en leerlingen veel individuele cijfers hebben? In dit geval heeft een enkel laag cijfer dan minder impact op het gemiddelde. In ieder geval is het van belang dat de toetsen die uiteindelijk meetellen voor het eindexamen gezamenlijk​ het hele examenprogramma dekken. Het is niet toegestaan een onderdeel van het examenprogramma alleen te toetsen met een toets die niet meetelt voor het examen.
  • Hoe verdeel ik de weging tussen eerdere en latere toetsen? Te veel nadruk op latere toetsen kan ervoor zorgen dat leerlingen de eerdere toetsen niet de moeite waard vinden en niet serieus nemen; te veel nadruk op eerdere toetsen kan ervoor zorgen dat het al ver voor het eind duidelijk is dat een leerling het niet meer kan halen.
  • Moet deze toets veel of weinig weging krijgen? Dat zal afhangen van de hoeveelheid werk en tijd die een toets kost voor leerlingen en hoe belangrijk de stof is. Ook zullen de totale weging van het kerndeel en de verschillende keuzedelen (ongeveer) overeen moeten komen met de tijdsbesteding.​
  

Doe ik een afsluitend project aan het eind?

Een open projectopdracht kan een mooie afsluiter zijn voor het vak informatica en als ware het eindexamen vervangen. Het biedt een goede gelegenheid voor leerlingen om te laten zien dat ze kennis en vaardigheden geïntegreerd kunnen toepassen. Leerlingen vinden het vaak leuk om aan een opdracht te werken die ze zelf vorm kunnen geven. Aan de ander kant is het bij zo'n, zwaar meetellende, opdracht extra belangrijk dat een leerling een cijfer krijgt dat valide en betrouwbaar is en ook de eigen prestaties meet, en niet bijvoorbeeld de prestaties van de groep als geheel.

Binnen veel van de keuzemodules, die nu worden ontwikkeld, worden veel mogelijkheden geboden voor een groter, afsluitend project. Deze projecten staan daarmee niet los van de keuzethema's.

  ​

Contactpersoon