​​
Sector
  • Vmbo
Vakgebied
  • Landbouw
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen

Keuzevak Water

6-10-2017

​​​​Het keuzevak water is een oriënterend keuzevak. Het doel van dit keuzevak is vmbo-leerlingen een realistisch beeld te geven van de ontwikkelingen en de mogelijkheden in de watersector. Na de algemene informatie over het keuzevak kunt u meer specifieke informatie lezen. Wilt u meer weten over de context of de eindtermen, ga dan direct door naar:

Algemene informatie over het keuzevak water

De watersector staat onder invloed van onder andere de discussie over klimaatverandering flink in de belangstelling. De beroepen zijn divers, er zijn opleidingen op alle niveaus. In zogenaamde 'watergerichte beroepen' zijn kringloop denken, duurzaamheid en milieubewustzijn naast onder andere een onderzoekende houding belangrijke componenten. Deze zijn verankerd in de kern van het groene examenprogramma en is onlosmakelijk verbonden met het ​​keuzevak Water.
Wanneer de school besluit een keuzevak aan te bieden zullen docenten vanuit de visie (van de school) onderwijs gaan vormgeven. Er dienen bijvoorbeeld keuzes gemaakt te worden over de lesactiviteiten, de leermiddelen, de leeromgeving en de toetsing.​

Een oriënterend keuzevak over water

In dit keuzevak zijn de kennis en vaardigheden oriënterend van aard en moeten passen bij het niveau van de vmbo-leerling. In de regel zal dit keuzevak aangeboden worden door groenscholen. Ook 'niet- groen-scholen' mogen dit keuzevak aanbieden. Docenten biologie kunnen een inhoudelijke bijdrage leveren aan de vertaling van het keuzevak naar de praktijk. Soms worden ze ook verantwoordelijk gemaakt voor de uitvoering.

Het aantal uren voor het keuzevak water

Het keuzevak water gaat uit van ca. 100 uur onderwijspraktijk. Meer of minder praktijkuren mogen ook. De school bepaalt hoe het keuzevak uiteindelijk wordt aangeboden. De minimale inhoud is beschreven. Daarmee is gezegd dat scholen die bepaalde inhoud willen toevoegen, vrij zijn dat te doen.

Uitwerking in leerwegniveaus

Net als het profielvak is het keuzevak uitgewerkt voor de niveaus bb, kb en gl. Het verschil tussen leerwegen zal onder andere tot uiting komen in de complexiteit van de taken, de mate waarin een beroep gedaan wordt op de zelfstandigheid van leerlingen of de hoeveelheid lesstof die verwerkt moet worden.

De context van het keuzevak Water: Nederland waterland!

De manier waarop Nederland met zijn water om gaat is uniek. Waterland Nederland ligt voor een groot deel onder de zeespiegel. Door onder meer duinen, dijken, polders, dammen en sluizen houden we het water in bedwang. Niet alleen is van belang dat deze voorzieningen op orde blijven, ze moeten ook versterkt worden. Als gevolg van de kilmaatontwikkelingen is de verwachting dat de zeespiegel de komende eeuwen zal stijgen. Ook als gevolg van de klimaatontwikkelingen neemt de hoeveelheid water dat door de rivieren moet stromen toe. Rivieren krijgen eerder te maken met smeltwater, regenval is onvoorspelbaar geworden: er valt meer water in minder tijd. De rivieren vragen minstens zoveel aandacht als de zee. Het risico op overstromingen van rivieren is groot.
Ondanks de zwaardere regenbuien en dreigende overstromingen langs de rivieren wordt Nederland ook steeds droger. Op bepaalde plaatsen daalt de de grondwaterstand. Water dat van belang is voor de ontwikkeling van landbouw, natuur en mens (drinkwater).

Meer ruimte voor de rivieren, maatregelen tegen verdroging

Om ons te beschermen tegen het water en er voor te zorgen dat er voldoende water in de grond achterblijft worden diverse maatregelen getroffen. Landelijk gezien moet er meer ruimte voor rivieren komen. Zo worden onder andere uiterwaarden kaler, er komen wateroverloopgebieden, nieuwe waterlopen worden aangelegd om te bereiken dat de rivier kan overlopen. Een maatregel tegen verd​roging bijvoorbeeld is dat water dat op de daken en wegen valt direct de grond in moet kunnen stromen en niet in het riool terecht komt. Gemeenten bedenken systemen om regenwater vast te houden. Straten, kruispunten en rotondes worden groener. Bepaalde delen in plantsoenen worden lager gelegd dan de omgeving om water op te slaan: plas-dras-gras systemen. In nieuwbouwwijken worden sloten, vijvers, grachten en wadi's aangelegd om water op te vangen. Door gescheiden afwateringssystemen wordt de riolering in toenemende mate gebruikt voor het afvoeren van echt vuil water naar de waterzuiveringsinstallaties.​

Beroepen in de watersector op mbo-niveau

Werkvoorbereider, vakman, grond-, water- en wegenbouw, inspecteur, medewerker land, water en milieu, rioleringswerker, maritiem stuurman waterbouw, manager natuur en recreatie, baggermeester, monteur gas/water/warmte, scheepswerktuigkundige waterbouw, procestechnoloog en scheepselektronicus. Klik hier voor meer beroepen.

De inhoud van het keuzevak Water

Het keuzevak water bestaat uit één taak die opgedeeld is in drie deeltaken die bestaat uit zowel theorie als praktijk. De drie deeltaken zijn weer uitgewerkt in eindtermen.

De deeltaken

​De kandidaat kan:
​1
​2​​afvalwater herkennen en onderzoeken
​3waterkwantiteit beheren

Eindtermen en bronnen deeltaak 1

Elke deeltaak is onderverdeeld in eindtermen en dienen in het onderwijs aan de orde te komen. Dit betekent niet dat alle eindtermen ook getoetst moeten worden. U maakt zelf een relevante keuze hoe en welke eindtermen getoetst worden. De toets moet representatief zijn voor de inhoud, het niveau en de complexiteit van het keuzevak.


De kandidaat kan herkomst en kwaliteit van water als bron van voeding verklaren.
De kandidaat kan:

​1de kringloop van water benoemen en de verschillende fasen van water herkennen
​2de kwaliteit van water door middel van eenvoudig onderzoek beoordelen
​3de kwaliteit van water met eenvoudige bewerkingen beïnvloeden
​4het belang van water ​voor de groene sector uitleggen
​5manieren van waterbesparing en hergebruik herkennen en benoemen
​6bestaande en nieuwe manieren van hergebruik en besparing van water onderzoeken en uitvoeren


 Eindtermen en bronnen deeltaak 2


De kandidaat kan afvalwater herkennen en onderzoeken. 
De kandidaat kan:

​1​verschillende waterstromen ​​​herkennen en de verschillen tussen de waterstromen benoemen
​2riool- en transportsystemen van water herkennen, benoemen en onderzoek doen naar de kwaliteit van betreffende systemen
​3door middel van onderzoek aantonen of water veilig is voor gebruik voor flora en fauna                         
​4methoden van waterbesparing en hergebruik van afvalwater herkennen


Eindtermen en bronnen deeltaak 3

​​


De kandidaat kan waterkwantiteit beheren. 
De kandidaat kan:

​1​​​​verschillende typen oppervlaktewater in Nederland herkennen en hun invloed op het mogelijke gebruik daarvan in de groene sector benoemen
​2de verschillen tussen zoet, zout en brak water onderzoeken
​3de functie en de risico's van water voor de groene sector benoemen
4​door middel van proeven van zout water, zoet water maken en van zoet water zout water maken
​5oorzaken van verdroging benoemen
​6derden informeren over (de gevolgen van) verdroging en vernatting
​7een grondwatermeter aflezen
​8de verschillende manieren van distributie van water herkennen en benoemen
​9milieumaatregelen ter bevordering van de kwaliteit van (oppervlakte) water​ benoemen
​10waterbuffering herkennen en de functie ervan tijdens extreme weersituaties benoemen
​11een ontwerp maken voor een waterbuffer in een stedelijke omgeving of een natuurlijke omgeving