Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Geschiedenis
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Meerkeuzevragen

13-7-2015

Voor- en nadelen van het gebruik van meerkeuzevragen

Voordelen 

  • Beperkte nakijktijd.
  • De psychometrische kwaliteit van toetsvragen (door middel van statistische analyses) kan geanalyseerd worden.
  • Betrouwbaar.
  • Omdat het beantwoorden van de vragen relatief weinig tijd kost, kunnen er veel vragen opgenomen worden in de toets. Dit komt de betrouwbaarheid ten goede en zorgt ervoor dat een groot deel van de leerdoelen afgedekt kan worden.
  • Meerkeuzevragen kunnen ook worden ingezet om hogere denkprocessen (begrip, toepassing en evaluatie) te toetsen.
  • Vragen kunnen worden bijgehouden in een databank en eenvoudig worden herbruikt.
  • Meerkeuzevragen bieden de mogelijkheid om de toets digitaal af te nemen.

Nadelen 

  • Het formuleren van goede toetsvragen is erg tijdrovend en moeilijk. Onderzoek laat zien dat bij de meeste toetsen die werden geanalyseerd een van de drie afleiders zo onwaarschijnlijk was dat deze nauwelijks werd gekozen door studenten. Zo'n afleider heeft dan een beperkte discriminerende waarde.
  • Ook al kunnen met meerkeuzevragen ook hogere denkprocessen getoetst worden, dat geldt niet voor leeruitkomsten als creativiteit, toelichting geven en schrijfvaardigheid. Het gaat immers om het herkennen van het goede antwoord en niet om het zelfstandig creëren ervan.

Voorbeelden van meerkeuzevragen 

Voorbeeld 1 

Een vraag van onderstaand type wordt over het algemeen als niet geschikt beoordeeld, omdat er eigenlijk sprake is van twee tweekeuzevragen.

Hieronder volgen twee uitspraken:
I  Vóór 1848 mocht elke geloofsrichting zelf bepalen hoe het onderwijs werd ingericht.
II Vrijheid van onderwijs stelt in de praktijk weinig voor als slechts het openbaar onderwijs volledig door de overheid betaald wordt. 

A Uitspraak I en II zijn juist.
B Uitspraak I is juist en uitspraak II is onjuist.
C Uitspraak I is onjuist en uitspraak II is juist.
D Uitspraak I en II zijn onjuist.

Voorbeeld 2 

In dit type vraag moeten leerlingen hun kennis toepassen.

Bron

Vier teksten uit verschillende verdragen. 

Tekst 1

Alle mensen zijn vrij en gelijk geboren. Zij hebben een verstand en een geweten. Zij behoren zich tegenover elkaar in de geest van broederschap te gedragen.  

Tekst 2

De partijen komen overeen dat een gewapende aanval tegen één of meer van de lidstaten als een aanval tegen allen zal worden beschouwd.

Tekst 3

Het verwijderen van de bestaande belemmeringen vereist eensgezind optreden. Op deze manier garanderen we onze groei, het evenwicht in het handelsverkeer en de eerlijkheid in de concurrentie. 

Tekst 4

Wij hebben besloten onze krachten te verenigen om de internationale vrede en veiligheid te bewaren. Wij doen een beroep op de internationale instellingen om de economische en sociale vooruitgang van alle volken in de wereld te begunstigen.

Gebruik de bron.
1p  Welke tekst is afkomstig uit het oprichtingsverdrag van de Europese Economische Gemeenschap in 1957?

A Tekst 1
B Tekst 2
C Tekst 3
D Tekst 4

Voorbeeld 3

Dit is een voorbeeld van een vraag waarbij de leerlingen hun kennis moeten toepassen en ook een toelichting op hun antwoord moeten geven. Hoewel het dus tot op zekere hoogte een gesloten vraag is, het goede antwoord staat in het rijtje, wordt er van leerlingen veel verwacht. Het goede antwoord kan dan ook niet worden gegokt. De vraag wordt waarschijnlijk wel eenvoudiger als niet naar een toelichting wordt gevraagd.

Bron: Een overzicht van de vijf landen die de meeste medailles hebben behaald tijdens een van de Olympische Spelen uit de twintigste eeuw.

hand10a.png 

Gebruik de bron.
1p Hieronder staan enkele steden waar de Olympische Spelen zijn gehouden:
Amsterdam, 1928
Berlijn, 1936
Londen, 1948
Seoel, 1988
Barcelona, 1992

Welke stad hoort bij de bron? Verklaar je keuze met behulp van de bron.

Voorbeeld 4 

Ook bij het analyseren van spotprenten kan gekozen worden voor een gesloten vraagvorm, waarbij de vraag mogelijk moeilijker wordt als er om een toelichting wordt gevraagd.

Bron

hand2.jpg 

3p Voor welk gevaar van het nationaal-socialisme wil de tekenaar  waarschuwen? Licht je antwoord toe met behulp van de prent.
A Antisemitisme
B Herbewapening
C Lebensraum
D Totalitaire staat

Voorbeeld 5 

Een voorbeeld van een meerkeuzevraag uit het vmbo-tl-examen, die door de formulering door leerlingen als zeer moeilijk werd ervaren.

De Europese Unie 

Iemand beweert dat de Europese Unie niet democratisch is.
Welk argument past bij deze bewering?

A Het Europees Parlement stemt over een wetsvoorstel, maar de Europese Commissie beslist uiteindelijk.
B Het Europees Parlement stemt over een wetsvoorstel, maar de Raad van Ministers beslist uiteindelijk.
C Het Europees Parlement stemt over een wetsvoorstel, maar de leden worden benoemd door de Europese Commissie.
D Het Europees Parlement stemt over een wetsvoorstel, maar de leden worden niet rechtstreeks gekozen.

Noot

Meerkeuzevragen kunnen moeilijker gemaakt worden door een toelichting te vragen.