Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Frans
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Opdrachten/opgaven schrijfvaardigheid

20-10-2017

Schrijven gebeurt normaal gesproken naar aanleiding van iets, bijvoorbeeld een brief waar je op reageert, een tekst die je samenvat.

Voorbeelden schrijfopdrachten

De taak 'solliciteer naar een vakantiebaan' is realistisch en functioneel, maar niet goed te doen zonder de bijbehorende input in de vreemde taal. Er is ten minste een advertentie nodig en informatie over het bedrijf, wellicht ook een portret van degene die solliciteert met diens opleiding, talenten, sterke en zwakke punten en werkervaring, liefst in de doeltaal. Dan kan de leerling doen alsof hij die persoon is. In het echt is die informatie namelijk ook nodig.

Een ander voorbeeld is ‘vertel over je hobby’s’. Deze opdracht kan ook niet zonder input. De leerling heeft houvast nodig om een beeld te krijgen van wat er van hem verwacht wordt. In het echt zou de leerling ergens op reageren, bijvoorbeeld op een mailtje van een leerling die hij tijdens een schooluitwisseling heeft ontmoet en hem nu vraagt hoe het met hem gaat en wat hij het afgelopen weekend heeft gedaan.

Voorbeelden van geschikte schrijfvaardigheidsopdrachten en een blauwdruk waarmee opdrachten ontwikkeld kunnen worden, staan onder het kopje downloads.

In de sectie ‘Schrijfvaardigheid en het ERK’ staan de subvaardigheden van de vaardigheid schrijven die het ERK onderscheidt. Het is behalve een niveau-indeling, ook een handig hulpmiddel voor docenten om opdrachten te ontwerpen.

Het ERK onderscheidt vier schrijfactiviteiten:

  1. correspondentie;
  2. notities, berichten en formulieren;
  3. verslagen en rapporten (nog niet aan de orde op deze niveaus);
  4. creatief schrijven.

Als schrijfopdrachten geschikt voor dit niveau kunt u bijvoorbeeld denken aan:

  • een ansichtkaart met vakantiegroet (A1);
  • een boodschappenlijstje voor een etentje (A1/A2);
  • een advertentie voor een prikbord (A1/A2);
  • een bedankbriefje (A2);
  • een verjaardagskaart (A1);
  • een sms om af te spreken (A1);
  • een introductiemail aan een Frans gastgezin (A1);
  • een uitnodiging voor een feestje (A2);
  • een chatgesprek met een uitwisselingsstudent (A2);
  • een voorstel voor een uitje (A2);
  • et cetera.

Houd bij de formulering van de situatie en opdrachten rekening met de volgende kenmerken:

  • levensechte situaties, aansprekend voor de doelgroep;
  • bij voorkeur ondersteuning met plaatjes (zoals een foto, als het om de beschrijving van iemand gaat);
  • functioneel en communicatief taalgebruik (geen vertaalopdracht);
  • een concreet doel (zoals het maken van een afspraak, het vinden van een plaats, het bestellen van een menu);
  • voldoende sturende instructies, tegelijk rekening houdend met een voldoende open opdracht;
  • een duidelijk format voor het antwoord;
  • eventueel een limiet voor het minimaal of maximaal aantal woorden.

Inspiratie opdoen

Voor inspiratie kunt u voorbeelden van ERK-opgaven ontwikkeld voor de internationale certificaten Frans (DELF/DALF) bekijken.

Ook in de volgende publicaties zijn bruikbare voorbeelden uitgewerkt:

  • Toetsen en beoordelen met het ERK, hoofdstukken 5 en 6;
  • Writing box, CPS.