Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Frans
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Leesvaardigheid en het ERK

20-10-2017

In onderstaande twee tabellen is de eindterm MVT/K/4 gekoppeld aan een ERK-niveau en de betreffende ‘can do’-descriptoren uit Taalprofielen 2015. De eerste tabel betreft de leerweg bb en de tweede tabel de leerwegen kb, gemengd en theoretisch. Voor gl/tl zijn de eindniveaus gebaseerd op de resultaten van het ijkingsonderzoek van Cito (2014).

De tabellen zijn als volgt opgezet. In de linkerkolom staat de eindterm MVT/K/4 leesvaardigheid. In de tweede kolom staat het ERK- niveau waarop het centrale examen leesvaardigheid gebaseerd is. In dezelfde kolom staat een korte beschrijving van het betreffende beheersingsniveau. De derde kolom bevat de subvaardigheden van leesvaardigheid en alle betreffende ‘can do’-descriptoren uit Taalprofielen 2015.
Voor het ontwikkelen van leesopdrachten kan hieruit geput worden.

bbl
​ ​
Examenprogramma
eindterm MVT/K/4
Leesvaardigheid
Streef- en beheersingsniveau ERKSubvaardigheden lezen (Taalprofielen, 2015)

​De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven.

De kandidaat kan gegevens uit één of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven.

​Streefniveau
A1/A2

Beheersingsniveau
De kandidaat kan vertrouwde namen, woorden en zeer eenvoudige zinnen begrijpen, bijvoorbeeld in mededelingen, op posters en in catalogi.

De kandidaat kan zeer korte, eenvoudige teksten lezen. Hij kan specifieke, voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en hij kan korte eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen.

Correspondentie lezen
De kandidaat kan:
  • korte, eenvoudige mededelingen begrijpen, bijvoorbeeld via sociale media of op brief- of ansichtkaarten;
  • voorgedrukte kaarten begrijpen met standaard boodschappen;
  • een korte, eenvoudige (standaard)brief of e-mail begrijpen.
Oriënterend lezen
De kandidaat kan:
  • een korte standaard mededeling lezen;
  • dingen opzoeken in of kiezen uit een lijst;
  • eenvoudige informatie op een poster, mededelingenbord of in een brochure lezen;
  • specifieke informatie vinden en begrijpen in eenvoudig, alledaags materiaal;
  • eenvoudige advertenties met weinig afkortingen begrijpen;
  • in lijsten, overzichten en formulieren specifieke informatie vinden en begrijpen;
  • veelvoorkomende borden en mededelingen begrijpen.
Lezen om informatie op te doen
De kandidaat kan:
  • zich een idee vormen van de inhoud van een korte tekst die waar mogelijk visueel ondersteund wordt;
  • in korte informatieve teksten informatie over personen en plaatsen begrijpen;
  • specifieke informatie begrijpen in eenvoudige teksten;
  • de hoofdlijn begrijpen van eenvoudige teksten in een tijdschrift, krant of op een website;
  • korte, beschrijvende teksten over vertrouwde onderwerpen begrijpen;
  • door meelezen eenvoudig audiovisueel materiaal begrijpen.
Instructies lezen
De kandidaat kan:
  • (zeer) eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen.


 

kbl/gl/tl
Examenprogramma
eindterm MVT/K/4
Leesvaardigheid
Streef- en beheersingsniveau ERKSubvaardigheden Lezen (Taalprofielen, 2015)

De kandidaat kan aangeven welke relevante informatie een tekst bevat, gegeven een bepaalde informatiebehoefte.

De kandidaat kan de hoofdgedachte van een tekst(gedeelte) aangeven.

De kandidaat kan de betekenis van belangrijke elementen van een tekst aangeven.

De kandidaat kan gegevens uit één of meer teksten met elkaar vergelijken en daaruit conclusies trekken.

De kandidaat kan verbanden tussen delen van een tekst aangeven.


 

Streefniveau
A2

Beheersingsniveau
De kandidaat kan zeer korte, eenvoudige teksten lezen. Hij kan specifieke voorspelbare informatie vinden in eenvoudige, alledaagse teksten zoals advertenties, folders, menu's en dienstregelingen en hij kan korte eenvoudige, persoonlijke brieven begrijpen.

Correspondentie lezen
De kandidaat kan:
  • een korte, eenvoudige (standaard)brief of e-mail begrijpen.

Oriënterend lezen
De kandidaat kan:

  • specifieke informatie vinden en begrijpen in eenvoudig, alledaags materiaal;
  • eenvoudige advertenties met weinig afkortingen begrijpen;
  • in lijsten, overzichten en formulieren specifieke informatie vinden en begrijpen;
  • veelvoorkomende borden en mededelingen begrijpen.

Lezen om informatie op te doen
De kandidaat kan:

  • specifieke informatie begrijpen in eenvoudige teksten;
  • de hoofdlijn begrijpen van eenvoudige teksten in een tijdschrift, krant of op een website;
  • korte, beschrijvende teksten over vertrouwde onderwerpen begrijpen;
  • door meelezen eenvoudig audiovisueel materiaal begrijpen.
Instructies lezen
De kandidaat kan:
  • eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies begrijpen.