Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Frans
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Leervaardigheden en het ERK

20-10-2017

In onderstaande tabel wordt eindterm MVT/K/3 op verschillende ERK-eindniveaus nader uitgewerkt.

In de linkerkolom staan de taalvaardigheden, in de rechterkolom de daarbij behorende strategieën van het ERK (Taalprofielen, 2015).

Deze eindterm kan bij het examineren van alle vaardigheden meegenomen worden in de beoordeling.

Vaardigheden​Strategische vaardigheden
​Lezen 

​Leesstrategieën A1

  • Kan van korte teksten over zeer vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis en gebruikmakend van de lay-out voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat.
  • Kan redelijk gebruikmaken van tweetalige (online) woordenlijsten of vertaalsites, indien toegestaan.

Leesstrategieën A2

  • Kan zijn of haar begrip van de algemene betekenis van korte teksten over alledaagse onderwerpen van concrete aard gebruiken om de vermoedelijke betekenis van onbekende woorden af te leiden uit de context.
  • Kan gebruikmaken van tweetalige (online) woordenboeken om woordbegrip te controleren, indien toegestaan.
​Luisteren

​Luisterstrategieën A2

  • Kan van korte teksten over vertrouwde en bekende onderwerpen op basis van voorkennis voorspellen waar de tekst waarschijnlijk over gaat en op basis van een idee over de betekenis van het geheel de waarschijnlijke betekenis van onbekende woorden uit de context afleiden.
​Gesprekken voeren

​Afstemming taalgebruik op doel en gesprekspartner A2

  • Kan zeer korte sociale contacten hanteren en daarbij gebruikmaken van alledaagse beleefdheidsvormen.

Interactie strategieën A2

  • Kan communicatie in stand houden door:
    - om aandacht te vragen;
    - te zeggen dat hij of zij iets in het gesprek niet kan volgen;
    - te vragen om een langzamer spreektempo, herhaling of uitleg, eventueel met behulp van gebaar en mimiek.
    - gebruik te maken van 'fillers', zoals 'na ja', 'ehm', en stopwoorden zoals 'soort van', 'kijk' enzovoort
  • Kan de betekenis van een niet passend woord met gebaren verduidelijken.
  • Kan redelijk gebruikmaken van een overkoepelend begrip ('fruit' voor 'orange').
  • Kan een woord uit de moedertaal ‘verbuitenlandsen’ en om bevestiging vragen.
​Schrijven

​Afstemming taalgebruik op doel en publiek A1

  • Kan elementair sociaal contact leggen door gebruik te maken van de eenvoudigste alledaagse beleefdheidsvormen.

Productiestrategieën A1

  • Kan redelijk gebruikmaken van tweetalige (online) woordenlijsten of vertaalsites en de spelling en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma, indien toegestaan.

Afstemming taalgebruik op doel en publiek A2

  • Kan zeer korte sociale contacten hanteren en daarbij gebruikmaken van alledaagse beleefdheidsvormen.

Productiestrategieën A2

  • Kan gebruikmaken van tweetalige (online) woordenlijsten of vertaalsites en de spelling en grammaticacontrole van een tekstverwerkingsprogramma, indien toegestaan.

Contactpersoon