Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Frans
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Het Europees Referentiekader (ERK)

20-10-2017

Het Europees Referentie Kader (ERK)

​Het ERK is een systeem van niveauomschrijvingen voor de moderne vreemde talen. Het verschaft een gemeenschappelijke basis voor de uitwerking van leerplanrichtlijnen, lesprogramma's, leermaterialen en examens in heel Europa. Het ERK maakt het makkelijker om behaalde kwalificaties overal in Europa met elkaar te vergelijken. Dit komt de mobiliteit in Europa ten goede.

Het ERK beschrijft welke taalprestaties bij een bepaald taalbeheersingsniveau horen. Dit geldt zowel de inhoud (in termen van taalhandelingen in sociale contexten) als de kwaliteit (in termen van grammaticale correctheid, woordenschatbeheersing, uitspraak, spelling, et cetera). Wat moet je kunnen, hoe goed moet je dat kunnen? Het ERK onderscheidt zes stadia van taalprestatieniveaus. Deze worden nader uitgewerkt in beschrijvingen van wat men kan in de betreffende taal. De beschrijvingen zijn omschreven in zogenaamde 'can do'-statements of -descriptoren.

De zes niveaus zijn in het volgende schema samengevat:

A

Basisgebruiker

/                     \

A1                        A2

Breakthrough        Waystage

B

Onafhankelijke gebruiker

/                         \

B1                         B2

Threshold              Vantage

C

Vaardige gebruiker

/                          \

C1                          C2

Effective Proficiency       Mastery
              


 

Voor het eerste niveau (A1) is slechts beginnerskennis vereist bij zeer concrete situaties en vertrouwde contexten. Vervolgens klimt het niveau op tot C2, dat een moeiteloze taalbeheersing beschrijft ongeacht complexiteit, register en impliciete betekenissen.
Het ERK gaat uit van vijf vaardigheden:

  • luisteren;
  • lezen;
  • gesprekken voeren (dialoog);
  • spreken (monoloog);
  • schrijven.

Elke vaardigheid wordt in het ERK nader uitgewerkt in een aantal subcategorieën of subvaardigheden. Die beschrijven verschillende taalactiviteiten. Bij leesvaardigheid bijvoorbeeld het lezen van correspondentie en instructies, ter oriëntatie en informatie.

Het ERK onderscheidt ook vier zogenaamde domeinen waarbinnen communicatieve situaties plaatsvinden. Dat zijn:

  • het dagelijks leven (persoonlijk domein): situaties waarmee je als privépersoon te maken hebt. Denk aan een hobby, aan de contacten met familie en vrienden of aan het lezen voor eigen plezier.
  • de publieke sector (publiek domein): situaties waarin je handelt als lid van de samenleving, bijvoorbeeld in een restaurant, aan een loket, bij contacten met bedrijven of andere instellingen.
  • werk (professioneel domein): alle werkgerelateerde situaties.
  • opleiding (educatief domein): alle situaties die betrekking hebben op school en opleiding.
Wilt u zich meer in het Europees Referentiekader verdiepen? Raadpleeg de website www.erk.nl, of download de publicatie Taalprofielen 2015: deze publicatie geeft een overzicht van alle niveaus van het ERK, geïllustreerd met 'can do'-descriptoren en voorzien van voorbeelden van concrete taalgebruiksituaties.