​​
Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Engels
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Weging

6-11-2017

​​​Het eindexamen Engels bestaat uit een centraal examen en een schoolexamen. Met deze examens wordt vastgesteld of alle doelen van het vak behaald zijn. Het diplomacijfer voor Engels wordt bepaald door het schoolexamencijfer (SE) en het centraal examencijfer (CE). Beide tellen voor 50% mee.

De weging van de schoolexamens is, sinds 2007, niet meer vastgelegd. De vaksectie Engels stelt de weging van de verschillende toetsen vast. Het totaal van alle wegingen in het PTA moet uitkomen op 100%.

Vragen voor de vaksectie

Vragen die de vaksectie bij haar besluitvorming kan betrekken:

  • Hoe komen we tot een evenwichtige weging van de (ondersteunende) taalvaardigheden (zie ook ´CE-onderdelen in het SE´);
  • Hoeveel toetsen nemen we af?
  • Hoe laten we compenserende strategieën bij alle vaardigheden meewegen? Dit valt onder eindterm MVT/K/3, ‘Leervaardigheden in de moderne vreemde talen’. Denk bijvoorbeeld bij gesprekken voeren aan zinnen als ‘ik kan niet op het juiste woord komen’, ‘ik heb u niet goed begrepen', 'kunt u dat herhalen’ om denktijd te creëren, het gebruik van omzeil- en omschrijvingstechnieken enz.;
  • Hoe wegen we eindterm MVT/K/2 mee, die basisvaardigheden betreft?

Beoordeling

Aan de prestatie van een leerling wordt een beoordeling gekoppeld. Zorg ervoor dat leerlingen bekend zijn met de criteria aan de hand waarvan die beoordeling plaats vindt en de mate waarin die beoordeling meetelt in het eindcijfer.

Om leerlingen vertrouwd te maken met de manier van beoordelen, zou hun geregeld gevraagd kunnen worden:

  • zichzelf te beoordelen (direct na de prestatie, bijvoorbeeld aan de hand van een audio- of video-opname);
  • een medeleerling te beoordelen, alleen of samen met een ander ('peer-assessment');
  • constructieve feedback te geven aan de medeleerling die de opdracht heeft gedaan (‘waarop scoort hij bijzonder goed?’, ‘op welke punten kan deze leerling nog beter scoren?’ ‘wat kan hij volgens jou doen om zijn prestatie nog te verbeteren?’, ‘waar moet hij in het vervolg op letten?’).