Subdomein E1: Chinese literatuur

27-3-2015

Keuze van literaire werken

Het leesvaardigheidsniveau in het Chinees van eindexamenleerlingen is bij lange na niet toereikend om Chinese literatuur in de oorspronkelijke versie te lezen. Het is daarom raadzaam de literatuur in vertaalde vorm aan te bieden. U kunt daarbij sommige fragmenten of korte teksten wel in het vereenvoudigd Chinees laten lezen met ondersteuning van Pinyin en een toelichting. Houd er rekening mee dat dit niet ten koste mag gaan van het leesplezier.

Hoewel in de praktijk de vakdocent meestal een keuzelijst samenstelt van te lezen literaire werken, kan een leerling in principe ook zelf een eigen lijst voorstellen. Voorwaarde is wel dat deze past bij het niveau dat verwacht mag worden van vwo-leerlingen.

Voor de keuze van literaire werken kunt u denken aan:

  • Spookverhalen en Mythen uit de Song dynastie (bv. De beschilderde huid van Pu Songling);
  • Tekstfragmenten uit toonaangevende premoderne romans (bv. De reis naar het westen van Wu Cheng'en);
  • Chinese jeugdliteratuur;
  • 20ste en 21ste eeuwse romans (bv. De trilogie Familie, Lente en Herfst van Ba Jin uitgegeven door Sinolingua in Abridged Chinese Classic series);
  • 20ste eeuwse toneelstukken (bv. De Riksjarenner van Lao She);
  • Gedichten (bv. de gedichten van Li Bai);
  • Romans van overzeese Chinese schrijvers of schrijvers uit Hong Kong (bv. Het Lelietheater van Lulu Wang, De vette jaren van Chan Koonchung, De Vreugde en Geluk Club van Amy Tan);
  • Eventueel tekstfragmenten van toonaangevende werken uit de lijst van de 13 Chinese Klassieken of van werken van toonaangevende Chinese wijsgeren.

Deze lijst is niet uitputtend. Klik hier voor nog meer titelsuggesties.

Voor een breder aanbod en om ruimte te geven aan de verschillende literaire voorkeuren, zou de keuze van literaire teksten zich niet tot één literair genre moeten beperken.

Opdrachten

Leerlingen dienen een beargumenteerd verslag te geven van hun leeservaringen. Dit kan in verschillende vormen, zoals:

  • Een literatuurdossier, door de leerling zelf samengesteld. De leerling mag het dossier in het Nederlands samenstellen. U kunt het dossier mondeling bespreken met de leerling.
  • Een mondelinge presentatie voor de hele klas in het Nederlands - het taalbeheersingsniveau van de leerling zal heel waarschijnlijk niet toereikend zijn voor een presentatie in het Chinees.

Voor de inhoud van de verslaglegging kunt u denken aan de volgende onderdelen:

  • Welke werken de leerling gelezen heeft.
  • Een beschrijving van deze werken; in de beschrijving geeft de leerling:
    • een motivatie van de keuze;
    • een korte weergave van de inhoud;
    • een persoonlijke reflectie.
  • Verwerkingsopdrachten die laten zien dat de leerling zich in het literaire werk heeft verdiept. De aandacht voor de tekst kan worden gestimuleerd door opdrachten te verstrekken die een oproep doen aan de persoonlijke beleving. Verwerkingsopdrachten kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op:
    • karakterisering van de personages;
    • bespreking van de belangrijkste passages;
    • analyse van de spanningsopbouw;
    • analyse van de eigen respons in relatie tot de tekst of tot achtergrondinformatie;
    • vergelijking van de eigen leeservaring met die van medeleerlingen of professionele lezers (denk aan critici, docent);
    • bespreking van lezersactiviteiten, zoals het opbouwen van verwachtingen en de identificatie met bepaalde personages;
    • relatie met de biografie van de schrijver en diens opvattingen;
    • vergelijking met andere werken van de auteur;
    • vergelijking met andere auteurs of literaire werken;
    • behandeling vanuit cultuur-historische of maatschappelijke context.
  • Creatieve opdrachten, bijvoorbeeld het opvoeren van een toneelstuk of het schrijven van een eigen tekst naar aanleiding van een literair werk of een verfilming ervan.
  • Een zelf-evaluatie van de opgedane ervaringen in de omgang met Chinese literatuur.

Laat ook, indien aan de orde, een biografie van de bronnen opnemen die de leerling gebruikt heeft voor het uitvoeren van de opdrachten.

Geef leerlingen, waar mogelijk, enige keuzevrijheid niet alleen in de boektitels, maar ook in de verwerkingsopdrachten. Klik hier voor een voorbeeld van een opdracht.

Inspelen op het niveau van de leerling

In het literatuuronderwijs worden zes niveaus van literaire competentie onderscheiden (Witte, T. Het oog van de meester, 2008). De laagste niveaus zijn vooral gericht op de eigen leesbeleving. In een volgend stadium vertoont het leesgedrag het zoeken naar herkenning en de identificatie met personages en gebeurtenissen. Pas op de hoogste niveaus is er sprake van analyserend gedrag en letterkundige verdieping. Om in een volgend stadium van literaire competentie te komen moet de leerling geprikkeld worden en nieuwe literaire ervaringen opdoen. Dit betekent dat de docent in het stofaanbod en in het verstrekken van de opdrachten uit moet gaan van het niveau waarop de leerling zich bevindt. Leeractiviteiten die niet op het niveau van de leerling zijn (zowel te moeilijk als te makkelijk), leiden vaak tot demotivatie en frustratie.

Klik hier voor een beschrijving van de zes niveaus van literaire competentie, zoals geformuleerd door Witte. Als richtlijn kan minimaal niveau 3-4 worden aangehouden.