Beoordeling en becijfering

27-3-2015

Beide subdomeinen Cultuur en Literatuur moeten worden getoetst en becijferd. De vaksectie/school is vrij in het bepalen van aantal, vorm en inhoud van de toetsen. Het gemiddelde van de cijfers voor dit domein weegt mee bij de berekening van het eindcijfer voor Chinees. Het is aan de vaksectie/school om het gewicht ervan te bepalen.

Bij de lange variant is het raadzaam het gewicht van alle domeinen gelijk te stellen. Domein E krijgt dan een gewicht van 20%. Een andere weging is uiteraard ook mogelijk.

Bij de variant elementair zou u er zelfs voor kunnen kiezen om het domein Cultuur zwaarder te laten tellen dan de taalvaardigheden.

Rubrics als beoordelingsinstrument voor het domein Cultuur

Gezien het open karakter van de opdrachten wordt het gebruik van rubrics als beoordelingsinstrument aangeraden. Zorg ervoor dat de beoordelingscriteria vóór het uitvoeren van de opdrachten bekend zijn bij de leerlingen.  

Een rubric heeft de vorm van een tabel en bevat criteria die voor de uitvoering van een opdracht gelden. Het heeft de volgende opbouw:

  • in elke rij wordt een criterium beschreven waaraan de opdracht moet voldoen;
  • in de kolommen wordt omschreven in welke mate het werk van de leerling voldoet aan het betreffende criterium. Het niveau kan worden uitgedrukt in waarden (bijv. onvoldoende, goed, zeer goed) of scores (aantal punten); voor een zuivere beoordeling moeten beide te relateren zijn aan een concrete omschrijving.

Iedere cel in de tabel bevat een omschrijving van het niveau bij het betreffende criterium dat met een specifieke score of waarde correspondeert, bijvoorbeeld zo:

                         Niveaus

Criteria

1 punt2 punten3 punten
Samenvatting inhoudSamenvatting is  summier.Samenvatting omvat bijna alle belangrijkste onderdelen van het boek. Enkele belangrijke onderdelen ontbreken echter.Samenvatting omvat alle belangrijkste onderdelen van het boek.
Analyse personages uit het boekDe belangrijkste personages worden geanalyseerd. Hun rol binnen de verhaallijn wordt echter niet omschreven.De belangrijkste personages worden geanalyseerd. Hun rol binnen de verhaallijn wordt beschreven maar is niet altijd even goed uitgewerkt.De belangrijkste personages worden treffend geanalyseerd  evenals hun rol binnen de verhaallijn.
Motivatie keuze van het boekMotivatie wordt zeer beknopt en summier omschreven.Motivatie wordt beknopt maar voldoende helder omschreven.Motivatie wordt uitgebreid en helder omschreven.

Behandeling van het werk vanuit
cultuurhistorische of maatschappelijke context

De leerling doet op summiere wijze een poging het boek en de auteur te plaatsen binnen de cultuurhistorische of maatschappelijke context.Het boek en de auteur worden geplaatst binnen de cultuurhistorische of maatschappelijke context. Het boek en de auteur worden op heldere wijze geplaatst binnen de cultuurhistorische of maatschappelijke context. De leerling geeft er daarbij blijk van zich zich te hebben verdiept in deze context.
....….….….

 

De score van de opdracht is de som van de afzonderlijke scores bij elk criterium.

Bij elke opdracht of elk soort opdracht hoort een specifieke rubric, waarin de criteria zijn opgenomen die voor de betreffende opdracht gelden.

Rubrics bevorderen een consistente beoordeling van opdrachten en helpen ook docenten om gerichte feedback op alle criteria te geven .

Een rubric maken

De volgende stappen kunnen helpen bij het maken van een beoordelingsmodel in de vorm van een rubric voor het domein Cultuur of Literatuur.

1. Bepaal de beoordelingscriteria waarop u de betreffende opdracht wilt beoordelen.

Doe dat bijvoorkeur tijdens de ontwikkeling van de opdracht zelf, en deel de criteria mee aan de leerlingen samen met de opdracht.

Voorbeelden van criteria die u kunt kiezen voor een cultureel onderwerp:

  • Inhoud
  • Verzamelde informatie
  • Maatschappelijke en/of historische context
  • Vergelijking met soortgelijke culturele uitingen in eigen cultuur
  • ....

2. Omschrijf een beoordelingsschaal.

Beslis hoe u de schaalpunten gaat beschrijven. Omschrijf bij elk criterium het gedrag dat met de verschillende scores correspondeert.

Voorkom vage termininologie, onderscheid het verschil in aantal punten met duidelijke woorden die voldoende discrimineren tussen de punten. Bijvoorbeeld, stel dat u het criterium 'vergelijking met soortgelijke culturele uitingen in eigen cultuur' wilt omschrijven:

0 punten = Leerling maakt geen vergelijking met de eigen cultuur
1 punt     = Leerling beperkt zich tot het benoemen van een gelijksoortige culturele uiting in de eigen cultuur
2 punten = Leerling benoemt de verschillen en overeenkomsten tussen beide cultuuruitingen
3 punten = Leerling interpreteert waarden en huidingen van beide cultuuruitingen vanuit een gelijkwaardig
                  perspectief

Er kan ook een opbouw in de omschrijvingen zijn. Bijvoorbeeld:

Criterium: Maatschappelijke en/of historische contekst

0 punten = Leerling beschrijft geen maatschappelijke en/of historische contekst
1 punt     = Leerling beschrijft in beperkte mate de maatschappelijke en/of historische context
2 punten = Leerling beschrijft uitgebreid de maatschappelijke en/of historische context

3. Bepaal de weging.

Beslis welke weging u per criterium wilt toekennen. Wat vindt u het belangrijkst, welk criterium weegt het zwaarst? Of zijn ze allemaal even belangrijk?

4. Ontwikkel de rubric.

Maak een tabel waarin de rijen de gekozen criteria weergeven en de kolommen de waardering.

Bedenk wat de leerling moet kunnen om voldoende te scoren.

5. Hoe bevalt het beoordelingsmodel in de praktijk?

Gebruik het beoordelingsmodel enkele keren, indien mogelijk samen met de collega's.

Evalueer hoe het beoordelingsmodel heeft gewerkt en of er bijstellingen nodig zijn.