De afname

19-5-2015

Uittesten

Test de toets, indien mogelijk van tevoren, met bijvoorbeeld een collega of iemand met een vergelijkbaar taalniveau. Op deze manier kunt u inschatten of:

  • de tijd voorzien voor de toets overeenstemt met de realiteit;
  • de opdrachten en het beoordelingsformulier helder en volledig geformuleerd zijn;
  • het niveau van de toetsonderdelen niet te hoog of juist te laag is;
  • het digitale antwoordformulier goed te gebruiken is. 

Als iets niet werkt zoals verwacht, heeft u vóór de daadwerkelijke afname nog de tijd om het bij te stellen.

De afname

Richtlijn voor de duur van de toets is ong. 25-30 minuten voor het handmatige deel en 25-30 minuten voor het digitale deel (afhankelijk van het niveau).

Toegestane hulpmiddelen: bij het handgeschreven deel van de toets raden we aan het gebruik van woordenboeken niet toe te staan. Karaktervaardigheid vormt immers één van de beoordelingscriteria voor dit onderdeel.

Enkele tips voor een betrouwbare toetsafname en voor optimale afnamecondities:

Vóór de afname:

  • Laat het benodigde aantal opgavenboekjes kopiëren (plus reserve).
  • Laat controleren of alle computers die gebruikt worden voor de toets, goed functioneren.
  • Test of de software voor het schrijven van karakters goed werkt op de computers die gebruikt worden voor de toetsafname.
  • Zorg bij aanvang van de toets dat alle computers meteen toegang verschaffen tot het digitale bestand voor het betreffende toetsonderdeel.  
  • Zorg ervoor dat leerlingen niet naast elkaar zitten om afkijken te voorkomen.
  • Zorg ervoor dat leerlingen rustig kunnen werken. Voorkom rumoer en inloop. Hang eventueel een bordje aan de deur.
  • Tijdens de toetsafname verandert de rol van de docent in die van examinator. Inhoudelijk mogen de leerlingen geen hulp krijgen, bespreek deze rolverandering vooraf met de leerlingen.

Tijdens de afname:

  • Deel de opgavenboekjes uit. Er is geen verplichte volgorde van afname. Zorg er wel voor dat leerlingen tijdens het handmatige toetsonderdeel geen toegang hebben tot het digitale toetsonderdeel. Op deze manier voorkomt u dat karakters uit het digitale deel handmatig gekopieerd worden. Bied het tweede deel van de toets daarom pas aan wanneer het eerste deel van de toets is afgerond en ingeleverd.
  • Vraag leerlingen hun naam in te vullen op het voorblad van het betreffende toetsonderdeel.
  • Vertel dat er geen lesboeken, woordenlijsten of woordenboeken gebruikt mogen worden bij het handmatige toetsonderdeel. Als dat ook voor het digitale onderdeel geldt, is het verstandig dat dan nogmaals te melden.
  • Bij het inleveren van het opgaveboekje, controleer of de leerling zijn naam opgeschreven heeft.
  • Laat leerlingen na afloop van het digitale toetsonderdeel hun uitwerkingen printen en/of digitaal doormailen aan de docent. Als de leerlingen het bestand digitaal inleveren, zorg dan dat u aan de titel van het bestand snel de naam van de betreffende leerling kunt herleiden.
  • Zorg dat leerlingen die klaar zijn met een onderdeel, de overige leerlingen niet storen.