Op welk ERK-niveau te toetsen?

13-3-2015

Net zoals bij de andere moderne vreemde talen wordt gespreksvaardigheid bij Chinees in het schoolexamen getoetst. Voor het vaststellen van het streefniveau gespreksvaardigheid Chinees gebruiken we de resultaten van de eindmeting van de examenpilot 2010-2013 (Fasoglio & Beeker, 2013):

Eindmeting Gespreksvaardigheid Examenpilot Chinees

Variant lang

% goed (excl. near-natives)

Variant elementair

% goed (excl. near-natives)

 A263,2%50,3%


De A2-toets die voor deze meting gebruikt werd, bestond uit 7 opgaven: 2 voor spreken en 5 voor gesprekken voeren (Beeker e.a., 2013).

De leerlingen die de variant elementair volgden, hebben in 6 vwo eveneens een set A1-toetsen Chinees gemaakt. De toets die voor deze meting gebruikt werd, bestond uit 6 opgaven: 2 voor spreken en 4 voor gesprekken voeren (Beeker e.a., 2012). De resultaten geven aan dat voor de variant elementair veel beter gescoord werd op A1 dan op A2 - zie tabel: 

Eindmeting Gespreksvaardigheid
Examenpilot Chinees

Variant elementair

% goed (excl. near-natives)

A1

85,6%

 

Op grond van beide metingen worden de volgende minimum niveau-indicaties aanbevolen voor de constructie van de toets gespreksvaardigheid Chinees:

Variant langA2
Variant elementairA1+

 

Echter, onder optimale onderwijscondities (zowel in didactisch- als in roostertechnisch opzicht) of in het geval van zeer getalenteerde en gemotiveerde leerlingen, kan voor de variant elementair eveneens naar A2 worden gestreefd.

Wat houden de ERK-niveaus in?

In de volgende schema's  staan de algemene beschrijvingen van de relevante ERK-niveaus gespreksvaardigheid voor Chinees.

Omdat 'gesprekken voeren' en 'spreken' aparte subdomeinen zijn, dienen beide apart getoetst én becijferd te worden.

Gesprekken voeren: communicatieve situaties en taalgebruik

A1

Kan deelnemen aan een eenvoudig gesprek, wanneer de gesprekspartner bereid is om zaken in een langzamer spreektempo te herhalen of opnieuw te formuleren en helpt bij het formuleren van wat de spreker probeert te zeggen. Kan eenvoudige vragen stellen en beantwoorden die een directe behoefte of zeer vertrouwde onderwerpen betreffen.

tekstkenmerken en strategieën

'can do'-descriptoren

voorbeeldopgaven

A2

Kan communiceren over eenvoudige en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling van informatie over vertrouwde onderwerpen en activiteiten betreffen. Kan zeer korte sociale gesprekken aan, alhoewel hij/zij gewoonlijk niet voldoende begrijpt om het gesprek zelfstandig gaande te houden.  

tekstkenmerken en strategieën

'can do'-descriptoren

voorbeeldopgaven


Spreken: monoloog of presentatie

A1

Kan eenvoudige uitdrukkingen en zinnen gebruiken om de eigen woonomgeving en de mensen in de naaste omgeving te beschrijven.

tekstkenmerken en strategieën 

'can do'-descriptoren

voorbeeldopgaven

A2

Kan een reeks uitdrukkingen en zinnen gebruiken om in eenvoudige bewoordingen familie en andere mensen, leefomstandigheden, opleiding en huidige of meest recente baan te beschrijven. 

tekstkenmerken en strategieën

'can do'-descriptoren

voorbeeldopgaven