Afname

13-5-2015

Uittesten

Test, indien mogelijk, de toets van te voren uit met bijvoorbeeld een collega of iemand met een vergelijkbaar taalniveau. Op deze manier kunt u inschatten of de tijd voorzien voor de toets overeenstemt met de realiteit, of het beoordelingsformulier helder en volledig is en het niveau van de toetsonderdelen niet te hoog is.  Als iets niet werkt zoals verwacht, heeft u vóór de daadwerkelijke afname nog de tijd om het bij te stellen.

De afname

Aanbevolen duur van de toets: 20-25 minuten (afhankelijk van het aantal opgaven).

Voorbereidingstijd: ongeveer 10 minuten voor de afname. De leerling krijgt de gelegenheid de opgaven te lezen en aantekeningen te maken die hij of zij mee mag nemen in de vorm van sleutelwoorden, niet van hele zinnen. Leg op de voorbereidingstafel: pen, kladpapier, opgaveboekje.

Hulpmiddelen: geen hulpmiddelen toegestaan, dus onder andere geen leergang, woordenlijsten, (elektronische) woordenboeken, mobieltje.

Enkele tips voor een betrouwbare toetsafname en voor optimale afnamecondities:

ór de afname:

  • Laat het benodigde aantal opgaveboekjes kopiëren (plus reserve). Leg een opgaveboekje op de voorbereidingstafel en minstens één op de plek van de afname.
  • Leg alle benodigde objecten, die een rol spelen in de gesprekjes, klaar (geld, kleren, een menukaart etc.). Houd er wel rekening mee dat deze objecten geen directe aanwijzingen geven van het te gebruiken vocabulaire.
  • Lees het docentenboekje ruim van te voren door om goed voorbereid te zijn op uw rol in de toets.
  • Spreek met de leerlingen de volgorde af waarin ze aan de beurt zijn en de tijd waarop ze zich bij de voorbereidingstafel moeten melden. Hang eventueel een rooster op, waarop staat hoe laat iedereen aan de beurt is.
  • Zorg voor een rustige ruimte waarin de leerling de toets kan voorbereiden. Leg daar ook kladpapier en een pen klaar ter ondersteuning bij de voorbereiding. Let er wel op dat aantekeningen niet achter gelaten worden maar meegenomen worden naar de plek van de toetsafname. Het is aan te raden de voorbereidingsruimte te laten surveilleren.
  • Zorg ervoor dat de toets rustig kan worden afgenomen. Voorkom rumoer en inloop. Hang eventueel een bordje op de deur.

Tijdens de afname:

Voor het onderdeel spreekvaardigheid:

  • Luister alleen naar de leerling bij het onderdeel spreekvaardigheid, grijp niet in en verbeter niets.

Voor het onderdeel gespreksvaardigheid:

  • Geef de leerling bij elke opdracht eerst even de tijd om te lezen waar het gesprek zich afspeelt en wat hij/zij moet doen.
  • Sla bij de afname geen vraag over.
  • Herhaal een vraag of een uiting met andere woorden als de leerling aangeeft dat hij of zij het niet begrijpt.
  • Bied hulp als de leerling niet uit zijn woorden komt. Doe dit uitsluitend in de doeltaal.
  • Waak er tegelijkertijd voor dat de afname goed doorloopt. Als de leerling na een hulppoging nog steeds niet begrijpt wat van hem/haar verwacht wordt of iets niet onder woorden weet te brengen, ga dan door naar het volgende onderdeel.
  • Spreek geen Nederlands, zelfs niet als de leerling binnenkomt of als de toets klaar is.

Realia

Het inleven in een situatie door de leerling gaat vaak natuurlijker met ondersteuning van wat eenvoudige materialen, zoals 'namaak'-geld, een menukaart, kleren of een telefoon. Zorg ervoor dat deze aanwezig zijn tijdens het examen, als de situatie daarom vraagt.

Opname

Het is voor de betrouwbaarheid van de beoordeling aan te raden om digitale (video) opnames te maken, ze later te beluisteren (bekijken) en dan pas het beoordelingsformulier in te vullen. Een bijkomend voordeel hiervan is niet alleen dat de docent zich beter kan concentreren op zijn/haar rol als gesprekspartner, maar ook dat een tweede beoordelaar niet per se aanwezig hoeft te zijn bij de toetsafname. Om de opname aan de naam van de leerling te koppelen kan de docent bij aanvang van de toets de leerling vragen hoe hij/zij heet (naam én achternaam). Dit korte gesprekje kan tevens als ijsbreker dienen.