Teksten en vraagstelling

24-4-2015

Geschikte teksten

De eerste stap is het zoeken van teksten op het ERK-niveau of de ERK-niveaus waarvoor de toets is bedoeld.

  1. Kies de geschikte toetsmatrijs voor de toets die u gaat ontwikkelen. Het kan eventueel ook een zelf samengestelde toetsmatrijs zijn met 'can do'-statements op meerdere niveaus.
  2. Bedenk hoeveel opgaven de toets moet bevatten en ga op zoek naar teksten die bij de verschillende 'can do'-statements aansluiten. Zet de titels van de geselecteerde teksten in de toetsmatrijs, zorg daarbij voor zoveel mogelijk verspreiding ook tussen de domeinen, hoewel domein 'werk' minder relevant is voor de doelgroep en dus waarschijnlijk ook minder aan de orde zal komen.
  3. Bij de selectie van de teksten, houd rekening met de volgende kenmerken:
    • authentiek of semi-authentiek;
    • goed gestructureerd;
    • bijvoorkeur ondersteund door beeld en layout;
    • aansprekend voor de doelgroep;
    • lengte: kort voor A1 en A2; bij B1 kunnen teksten ook langer zijn.

Vraagstelling

Over het algemeen geldt dat hoe meer toetsitems er zijn, hoe beter het niveau van de leerling in kaart kan worden gebracht. Voor het schoolexamen leesvaardigheid raden we aan om de toets uit 40-45 vragen te laten bestaan bij een totaal van zo'n 15-20 teksten.

Het ERK-niveau wordt bij leesvaardigheid bepaald door een combinatie van tekst en vraag/vragen. Uit de tekst van het eindexamenprogramma kunt u bepalen waarover de vragen kunnen gaan, namelijk:

  • welke informatie is relevant in de tekst, gegeven een vaststaande behoefte (bijvoorbeeld: je zoekt de goedkoopste tarief, waar vind je deze informatie);
  • wat is de hoofdgedachte van een tekst, of een tekstgedeelte;
  • wat wordt met belangrijke zinsdelen, zinnen of alinea's in de tekst bedoeld;
  • welke relatie is er tussen delen van een tekst (is bijvoorbeeld een zin de illustratie van de vorige zin, of een tegenstelling);
  • wat zijn de conclusies van de auteur.

Bij de constructie van de vragen, houd rekening met het volgende:

  • Beslis in welke taal de vragen worden gesteld. Als ze in het Chinees worden gesteld, zorg dat het antwoord niet in de vraag staat, en dat het taalgebruik van de vraag niet moeilijker is dan het taalniveau van de leerlingen.
  • Voorkom vragen naar de vertaling van woorden.
  • Voorkom vragen over één enkel woord.
  • Stel zoveel mogelijk functionele vragen, beginnend met wat, waarom, welke, hoe etc…
  • Gebruik verschillende vraagsoorten, waarbij ook enkele open vragen. Klik hier voor voorbeelden van vraagsoorten.
  • LET OP: het vinden van de antwoorden in de tekst moet mogelijk zijn met de karakterkennis die van een vwo-6 leerling verwacht mag worden.

Rechts op deze pagina kunt u enkele voorbeelden van opgaven downloaden.