Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Biologie
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking
  • Kwaliteitsborging schoolexamens
  • Examenprogramma
  • PTA

Practica

31-7-2018

Practica kenmerken zich door duidelijke handelingsinstructies en een beperkt aantal uitwerkingsrichtingen. Voor leerlingen dient duidelijk te zijn wat de te toetsen leerdoelen zijn.

Praktische opdracht orgaanstelsels

De praktische opdracht rond orgaanstelsels kan worden uitgevoerd in een serie klassikale lessen, waarin de leerlingen zo zelfstandig mogelijk werken en worden afgesloten met een practicum met echte organen.

Suggesties voor serie lessen rond praktische opdracht orgaanstelsels.

Het onderwerp orgaanstelsels kan worden ingeleid met gebruikmaking van een torso met uitneembare organen. Leerlingen maken zo kennis met alle organen en leren de namen van de organen kennen. U zou de leerlingen vervolgens de vorm van de verschillende organen kunnen laten uitknippen. Laat de naam voor het betreffende orgaan erop schrijven. Daarna kunnen de organen dan op de juiste plaats op een 'papieren mens' worden geplakt of gespeld. Deze uitgeknipte organen kunnen in een latere fase worden gebruikt om in subgroepjes de verschillende stelsels (ademhaling, vertering, uitscheiding, bloedvaten) in een soort stroomschema te laten plaatsen.

Biologie – en met name het menselijk lichaam – biedt zeer veel mogelijkheden voor uitstapjes naar bijvoorbeeld ethiek, gezondheid, verzorging en maatschappelijke onderwerpen.

Een practicum met echte organen is motiverend en leerzaam. Voor het verkrijgen van organen kunt u contact opnemen met een slachthuis bij u in de buurt. Een enkele slager slacht ook nog zelf maar dat is een minderheid. Om de ballonfunctie van de longen toonbaar te houden is het verstandig de longen te bewaren in het koelvak bij 4 C° (een koeltas is handig voor transport naar school) en NIET in een vrieskist; de longen vriezen dan stuk. Na afloop van de les kunt u het beste het slachtafval weer inleveren voor destructie.

Omdat u met rauw vlees omgaat moet u extra op hygiëne letten.

  • Uiteraard eten of drinken uw leerlingen NIET tijdens het practicum;
  • Ze wassen hun handen met antiseptische zeep na afloop;
  • De practicumtafel maakt u na afloop schoon met antiseptische zeep of chloorwater;
  • Het is aan te raden leerlingen eerst aan het eigen lichaam te laten voelen (kraakbeen van luchtpijp) alvorens ze in aanraking te laten komen met echte organen.

Doelen

De leerlingen benoemen delen waaruit weefsels, organen en orgaanstelsels zijn opgebouwd.

De leerlingen benoemen functies en werking van weefsels, organen en orgaanstelsels.

De leerlingen wijzen in afbeeldingen, met behulp van modellen of in de werkelijkheid weefsels, organen en orgaanstelsels aan.

Benodigdheden:

  • torso
  • kalfs- of schapenlong, liefst met hart en lever erbij.
  • schaar om organen open te knippen
  • glazen (roer)staafje om bloedvat open te houden
  • eventueel plastic huishoudhandschoen of plastic wegwerphandschoenen
  • spons
  • emmertje of maatbeker
  • ballonnen
  • windmolentje
  • verschillende papiersoorten
  • schort
  • veiligheidsspelden of clips of Blue Tack
  • raderwieltje
  • plastic boterhamzakjes

Voor leerlingen: opdrachten en vragen bij het practicum ´organen´

Longen

  • Voorbereiding: sponsje met bekertje water. Stop de spons in het bekertje met water.
  • Waarom kan de spons goed water opnemen?
  • Blaas een luchtballon op. Hou de ballon voor het windmolentje en laat de ballon weer leeglopen. Waarom gaat het windmolentje draaien? Waar komt de energie vandaan die ervoor zorgt dat het molentje gaat draaien?
  • Hoe zou een long eruitzien? Hoe zou die gebouwd zijn?
  • Pak een plastic boterhamzakje. Ga tegenover een medeleerling zitten. Die leerling let op jou. Heb je problemen met je ademhalingsstelsel of je hart dan sla je dit proefje over! Adem een paar keer rustig in en uit in het zakje. Voel daarna de binnenkant van het zakje. Wat voel je? Hoe komt dat?
  • Doe een plastic handschoen om je hand (een plastic boterhamzakje kan ook) Laat die enkele minuten om. Voel de binnenkant van de handschoen. Wat voel je? Hoe komt dat?
  • Voel BIJ JEZELF je luchtpijp. Vlak onder de adamsappel kun je het beste voelen. Voel met je duim een beetje van boven naar beneden.
  • Voelt het steviger dan de spier op je bovenarm? Voelt het steviger dan de punt van je elleboog? Waarvan is de punt van je elleboog gemaakt denk je?
  • Wat is de functie van de ringen in de luchtpijp?
  • Voel de (slacht)long voorzichtig. Voelt het sponsachtig aan? Als je geluk hebt zit er nog een stukje luchtpijp aan de long. Voel die luchtpijp. Herken je het gevoel van je eigen luchtpijp?
  • Sluit een pompje aan op de luchtpijp op aan en knijp zachtjes in de pomp. Wat gebeurt er?
  • Zijn de longen even groot?
  • Misschien is de long lek geprikt bij het slachten. Wat gebeurt er dan als je pompt?
  • Waarom is een wond door de long (in de borstholte) zo gevaarlijk?

Bloedvatenstelsel

  • Hoe zou een hart eruitzien vanbinnen? Hoe zou dat gebouwd zijn?
  • Voel het hart voorzichtig. Voelt het zachter of steviger dan een long? Hoe komt dat?
  • Je kunt ribbels voelen die over het hart lopen. Die heb je ook kunnen voelen aan het model. Wat zijn dat?
  • Welk soort bloedvaten zijn dat?
  • Waarom lopen er bloedvaten naar de longen?
  • Hoe heten de bloedvaten die vanaf het hart lopen?
  • Hoe heten de bloedvaten die naar het hart toe lopen?
  • Stel je krijgt een snijwond waarbij een bloedvat is geraakt. Het bloed sijpelt er continu uit. Hoe zou dit bloedvat heten?
  • Het bloed sijpelt er in golfjes uit. Hoe zou dit bloedvat heten?
  • (De docent knipt of snijdt het hart open:)
  • Uit hoeveel ruimtes bestaat het hart?
  • Zijn de ruimtes bovenaan groter of kleiner dan de ruimtes onderaan? Waarom is dat zo?
  • Hoe heten de bovenste ruimtes? Kun je verschil voelen tussen de wanddikte van de onderste ruimtes?
  • Zo ja, welke ruimte heeft een dikkere wand? Waarom is dat zo?
  • Hoe heten de onderste ruimtes?

Ga je handen wassen met zeep.

  • Voel elkaar aan de pols. Welk bloedvat voel je nu?
  • Ken je nog meer plaatsen op je lichaam waar je een bloedvat kunt voelen kloppen? Waarom zijn er maar weinig plaatsen waar je op je lichaam een bloedvat kunt voelen dat klopt?
  • Leg BIJ JEZELF twee vingers op je adamsappel en laat die vingers naar de zijkant glijden.
  • Welk bloedvat voel je nu.

Lever

  • Voelt het steviger dan een long of een hart? Voelt het zwaarder dan een long? Hoe komt dat?
  • Is het een geheel?
  • Waarom loopt er een bloedvat naar de lever? Hoe heet dat bloedvat?
  • Wat denk je dat een belangrijke taak van de lever is?
  • Mensen met bloedarmoede krijgen tegenwoordig staalpillen. Vroeger werd aangeraden lever en groene bladgroente (zoals andijvie) te eten.
  • Wat zou de lever opslaan denk je? 

Het practicum is klaar. Was voor de laatste keer je handen.