Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Biologie
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Handreiking
  • Kwaliteitsborging schoolexamens
  • Examenprogramma
  • PTA

Het centraal examen

31-7-2018

Bij het programma voor het centraal examen hoort een syllabus, waarin de eisen die tijdens het centraal examen aan leerlingen worden gesteld, nader worden gespecificeerd. Deze syllabus kan jaarlijks worden gewijzigd. Om die reden wordt hij hier dan ook niet opgenomen. De actuele syllabus is voor elk examenjaar te vinden op www.examenblad.nl.

Naast de in de preambule genoemde exameneneenheden BI/K/1 t/m 3, worden, gespecificeerd naar leerweg , de volgende eindtermen geëxamineerd in het centraal examen:

 

  BKGT

BI/K/4

Cellen staan aan de basis

4. De kandidaat kan:

  • kenmerkende eigenschappen van cellen noemen, de samenstellende delen daarvan noemen, en de meest voorkomende organisatieniveaus binnen organismen noemen
  • beschrijven dat een organisme als een geheel beschouwd kan worden waarbij voor instandhouding en gezondheid van het organisme processen in onderlinge samenhang plaatsvinden. 
X  
​BI/K/4

Cellen staan aan de basis

5. De kandidaat kan:

  • kenmerkende eigenschappen van cellen noemen, de samenstellende delen daarvan beschrijven, en de meest voorkomende organisatieniveaus binnen organismen noemen en beschrijven
  • toelichten dat een organisme als een geheel beschouwd kan worden waarbij voor instandhouding en gezondheid van het organisme processen in onderlinge samenhang plaatsvinden.
 XX

BI/K/6

Planten en dieren en hun samenhang: de eigen omgeving verkend

 

8. De kandidaat kan:

  • de namen van organismen opzoeken en de delen waaruit ze zijn samengesteld
  • de relaties noemen die ze onderling en met hun omgeving hebben.
X  

BI/K/6

Planten en dieren en hun samenhang: de eigen omgeving verkend

9. De kandidaat kan:

  1. de namen van organismen opzoeken en de delen waaruit ze zijn samengesteld
  2. de relaties noemen en toelichten die ze onderling en met hun omgeving hebben
     
 XX

BI/K/9

Het lichaam in stand houden: voeidng en genotmiddelen, energie, tansport en uitscheiding

13. De kandidaat kan:

  1. vorm, werking en functie van het verteringsstelsel, bloedvatenstelsel, ademhalingsstelsel en uitscheidingsstelsel beschrijven
  2. hun onderlinge verband toelichten
     
XXX

BI/K/11

Reageren op prikkels

15.  De kandidaat kan de rol en de werking van zenuwstelsel, 
       zintuigstelsel en hormoonstelsel toelichten.

X  

BI/K/11

Reageren op prikkels

16. De kandidaat kan:

  1. de rol en de werking van het zenuwstelsel, zintuigstelsel en hormoonstelsel toelichten
  2. beschrijven welke relatie er is tussen gedrag en inwendige en uitwendig prikkels 
 XX

BI/K/12

Van generatie op generatie

17.  De kandidaat kan voortplanting en groei bij organismen beschrijven, evenals de vorm en functie van seksueel gedrag daarbij.

X  
​BI/K/12

Van generatie op generatie

18.  De kandidaat kan voortplanting en groei bij organismen toelichten, evenals de vorm en functie van seksueel gedrag daarbij.

 XX

BI/K/13

Erfelijkheid en evolutie

19.  De kandidaat kan beschrijven hoe erfelijke eigenschappen van generatie op generatie worden doorgegeven en toelichten hoe die erfelijke eigenschappen in de tijd kunnen veranderen.

  X

BI/V/1

Bescherming en antistoffen

20. De kandidaat kan de manier waarop het lichaam zich beschermt tegen antigenen door middel van antistoffen beschrijven en toelichten hoe deze bescherming kunstmatig kan worden verhoogd.

  X

BI/V/2

Gedrag bij mens en dier

21.  De kandidaat kan gedrag van mens en dier op een gestandaardiseerde wijze beschrijven en dat beschreven gedrag verklaren.

  X

BI/V/4

Vaardigheden in samenhang

23. De kandidaat kan de vaardigheden uit het kerndeel in samenhang toepassen.

  X