Sector
  • Vwo bovenbouw
  • Havo bovenbouw
  • Gymnasium bovenbouw
Vakgebied
  • Biologie
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Schoolexamen

Practicumtoetsen

13-7-2015

​​Soorten practica en practicumtoetsen

In het biologieonderwijs worden regelmatig practica gedaan, in de klas of buiten. Afhankelijk van de leerdoelen kunnen die onderscheiden worden in:

  • vaardigheidspractica, zoals het maken van een microscopisch preparaat of het werken met een determinatietabel;
  • illustratieve practica, zoals het bekijken van gewrichten en spieren in een kippenvleugel of een voedselketen in een sloot;
  • onderzoekspractica, zoals het uitzoeken bij welke concentratie zout er grensplasmolyse optreedt of welke factoren de groei van kroos bevorderen.

Ook practicumtoetsen kunnen focussen op deze drie verschillende categorieën leerdoelen:

  • er worden vooral praktische vaardigheden beoordeeld, zoals tekenen, snijden of pipetteren;
  • er worden bij de praktische handelingen vooral vragen gesteld die een beroep doen op inhoudelijke kennis;
  • het accent ligt op onderzoeksvaardigheden, zoals het juist formuleren van een onderzoeksvraag of het correct maken van een grafiek.

Uiteraard​ is ook een combinatie van deze doelen mogelijk, maar het is belangrijk goed voor ogen te houden welke leerdoelen er vooral getoetst worden. Dit moet namelijk ook terug te vinden zijn in de verdeling van de te behalen punt​en.

Dile​mma's

Als een practicum met een cijfer beoordeeld wordt, is er in principe sprake van een practicumtoets. Om aan de criteria voor een schoolexamen te voldoen, moeten er wel enige garanties ingebouwd worden voor een eerlijke beoordeling. Hierbij doen zich de volgende dilemma's voor.

  • Begeleiden en beoordelen
    Tijdens practica hebben docent en TOA een begeleidende rol: ze lichten de bedoeling toe, ze beantwoorden vragen en helpen leerlingen die vastgelopen zijn. Tijdens een practicumtoets is het de bedoeling dat leerlingen laten zien wat ze op eigen kracht kunnen en moeten docent en TOA in principe hun mond houden en 'op hun handen zitten'. Toch lopen leerlingen soms vast en kunnen ze zonder hulp een bepaalde stap in het practicum niet maken, terwijl ze de opdrachten of vragen die daarna volgen best zouden kunnen. Veel docenten vinden het dan onbillijk om de leerling daar te laten stranden, dus geven ze toch hulp. Daar is niets op tegen, alleen is het verstandig dat dan te noteren en er in de beoordeling rekening mee te houden.
  • Alleen en samen
    Bij practica wordt vaak in twee- of drietallen samengewerkt. Dat kan ook in een practicumtoets, maar dan is het raadzaam de samenwerking expliciet te maken (door een taakverdeling bijvoorbeeld) en die ook in de beoordeling te betrekken. Het mooist is om een practicum te verzinnen waarbij de leerlingen wel móeten samenwerken om tot een goed resultaat te komen.
  • Proces en product
    Vaak heeft een practicumtoets een schriftelijke instructie met vragen die de leerlingen op papier moeten beantwoorden. Soms is het product een tekening, een model of een preparaat. Vaak is er ook een product in de vorm van een practicumverslag, al dan niet ter plekke gemaakt. Al deze producten kunnen achteraf op hun kwaliteit beoordeeld worden.
    Als het product goed is, was meestal ook wel het proces om tot dat product te komen in orde. Als het product evenwel niet goed is, is meestal niet goed te beoordelen waar het in het proces aan ontbroken heeft. Het proces van het practicum is immers vluchtig. Om die reden wordt het proces vaak buiten de beoordeling gehouden. Toch kan het soms heel zinvol zijn om het proces ook vast te leggen en te beoordelen. Dat kan door te observeren of de leerlingen op de juiste manier hun microscoop scherp stellen maar ook bijvoorbeeld door te kijken of ze op de juiste manier pipetteren. Een van tevoren opgestelde observatielijst kan daarbij behulpzaam zijn. Die vult de docent of TOA dan tijdens de toets in.

Beoordelen van e​en practicum

  • Als het product van een practicumtoets bestaat uit antwoorden op vragen bij het practicum, kan dat op dezelfde manier gebeuren als bij een schriftelijke toets: aan de hand van een van tevoren opgesteld correctievoorschrift.
  • Als er tijdens het practicum bepaalde handelingen correct moeten worden uitgevoerd, en dat moet geobserveerd worden, dan is een van tevoren gemaakte observatielijst handig. Schrijf daarop de te observeren handelingen en eventueel de criteria ('gebruikt eerst de macroschroef en stelt dan bij met de microschroef'). Bedenk ook of er op correct/niet-correct gescoord wordt of op een schaal, bijvoorbeeld onvoldoende – voldoende – goed – uitstekend. Stel ook vast met welk gewicht de observaties meetellen en wat dan de scores van de observatiecategorieën zijn. Bijvoorbeeld: een leerling kan er 0, 2, 4 of 6 punten mee verdienen op een totaal van 30 (dan weegt de observatie dus voor 20% mee).
  • Als er een verslag of een ander product beoordeeld moet worden, dan kan dat met een rubric.

Een practicumtoets zoeken of maken

  • Practicumtoetsen uit andere bronnen zijn niet of nauwelijks te vinden. Cito heeft in het verleden practicumtoetsen op de markt gebracht die op sommige scholen nog steeds gebruikt worden. Wellicht zijn die via collegiale contacten nog te bemachtigen.
  • Anders zit er weinig anders op dan zelf practicumtoetsen te maken​.