Sector
  • Vwo bovenbouw
  • Havo bovenbouw
  • Gymnasium bovenbouw
Vakgebied
  • Biologie
Leerplankundig thema
  • Handreiking
  • Schoolexamen

Biologische vakvaardigheden

12-5-2015
​Welke vaardigheden zijn specifiek voor biologie? Dan kun je denken aan het determineren van organismen of het werken met een microscoop​, maar misschien wel belangrijker is het om een 'biologische' manier van kijken en denken te beheersen. De vakspecifieke vaardigheden voor biologie in het examenprogramma leggen daarom de nadruk op de manier van denken van biologen. 
Er zijn er zeven opgenomen.

Subdomein A10: Beleven
Natuurbeleving vormt de basis van betrokkenheid en zorg voor de natuurOp de keper beschouwd is beleven echter geen vaardigheid en de eindterm legt dan ook de nadruk op het expliciteren en respecteren van gevoelens en betekenissen. 

Subdomein A11: Vorm-­functie-­denken*
De relatie tussen de bouw (vorm) van een (deel van een) cel, organisme of ecosysteem en de werking (het functioneren) ervan is een krachtig denkgereedschap om leerlingen aan te leren.

Subdomein A12: Ecologisch denken*
'Alles hangt met alles samen' is een vreselijke dooddoener, maar geeft wel weer waar het bij ecologisch denken om gaat. Om goed ecologisch te kunnen denken is daarom kennis van de relaties in ecosystemen nodig, maar ook de vaardigheid om die relaties te herkennen en te onderkennen. 

Subdomein A13: Evolutionair denken*
De evolutietheorie neemt zo’n centrale plaats in in de huidige biologie, dat er eigenlijk geen onderwerp is waarbij hij niet toegepast kan worden. Kern van evolutionair denken is het besef dat alles wat we in de natuur waarnemen een geschiedenis heeft. 

Subdomein A14: Systeemdenken*
Systeemdenken kan omschreven worden als het vermogen om verschillende niveaus van biologische organisatie te bekijken vanuit het perspectief dat natuurlijke gehelen, zoals organismen, opgebouwd zijn uit vele interagerende delen, die zelf weer beschouwd kunnen worden als kleinere gehelen. 

Subdomein A15 (havo) / A16 (vwo): Contexten
Kern van de vernieuwing is dat leerlingen biologische kennis kunnen gebruiken in welke context dan ook. Daarvoor is het nodig dat ze concepten in verschillende contexten aangeboden krijgen en ze in nieuwe contexten kunnen toepassen.

Subdomein A16 (havo) / A15 (vwo): Kennisontwikkeling en toepassing​​
Het is belangrijk dat leerlingen leren wat de biologie ontdekt heeft, welke modellen en theorieën zij ontwikkeld heeft en welke toepassingen daaruit zijn voortgekomen. Net zo belangrijk is het dat ze ook iets leren over de vraag hoe dat gebeurd is, en nog steeds gebeurt.​​

*: Bij deze vaardigheden is goed kunnen redeneren heel belangrijk. Zie daarvoor ook Leren redeneren met de SPA+.