Sector
  • Vmbo
Vakgebied
  • Beeldende vorming vmbo
Leerplankundig thema
  • Toetsing en examens

BV/K/1 Oriëntatie op leren en werken

2-10-2017

De kandidaat oriënteert zich op het belang van beeldende kunst en vormgeving in de maatschappij.

Oriëntatie op leren binnen beeldende vorming

De oriëntatie op de eigen loopbaan en heeft betrekking op een groot aantal opleidingen en beroepen in de culturele sector en de creatieve industrie. Oriëntatie op leren slaat op alle vervolgopleidingen waarbij kunst en cultuur een rol speelt. In het mbo gaat dat om bijvoorbeeld ambachtelijke opleidingen, artiestenopleidingen of media- en vormgevingsopleidingen.

Oriëntatie op werken binnen beeldende vorming

Bij oriëntatie op werken kunnen leerlingen zich verdiepen in uitvoerende kunstenaars zoals dansers, muzikanten, ontwerpers of vormgevers. Daarnaast kunnen ze zich een beeld vormen van het werk 'achter de schermen' in bijvoorbeeld culturele instellingen. Ze kunnen kennis maken met mensen die de technische voorwaarden realiseren of werken in de ondersteuning en de dienstverlening als cateraar, gastvrouw/-heer of beveiliger. Daarnaast valt te denken aan degenen die agogische en ondersteunende taken verrichten op het gebied van dagbesteding en de invulling van vrije tijd.

Voorbeeldopdrachten

Maak een inventarisatie of een collage van creatieve en ambachtelijke beroepen, of van beroepen in de context van kunst en cultuur. Interview een persoon om informatie te krijgen over de inhoud van een beroep en/of een opleiding. Bundel deze informatie zodat alle leerlingen een overzicht krijgen van beroepen en opleidingen krijgen. Laat leerlingen aangeven wat hun interesse heeft en wat niet.

​Sinds het bestaan van het vmbo moeten alle algemeen vormende vakken aandacht besteden aan loopbaanoriëntatie (LOB). Voor de concretisering van deze eindterm zijn beschrijvingen te gebruiken die aansluiten bij de actuele inzichten over LOB. Deze zijn erop gericht dat leerlingen realistische ervaringen in de beroepspraktijk krijgen en dat zij de ervaringen kunnen verbinden met eigen wensen en mogelijkheden: wat kan ik, wat wil ik en wie kunnen mij daar het best mee helpen? Sinds augustus 2016 moeten alle vmbo-leerlingen hun loopbaanontwikkeling inzichtelijk maken in een loopbaandossier. De volgende loopbaancompetenties staan daarin centraal:

  • kwaliteitenreflectie (wat kan ik het best en hoe weet ik dat?)
  • motievenreflectie (waar ga en sta ik voor en waarom?)
  • werkexploratie (waar ben ik het meest op mijn plek en waarom?)
  • loopbaansturing (hoe bereik ik mijn doel en waarom zo)
  • netwerken ( wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom?)


Oriëntatie op het belang van beeldende kunst en vormgeving in de maatschappij

Leerlingen kunnen vanuit bijvoorbeeld maatschappelijke of kunst- en cultuurhistorische perspectieven het belang aangeven van beeldende kunst en vormgeving. Kunst en cultuur is een belangrijk onderdeel van onze maatschappij, de creatieve industrie een motor voor onze economie.

De ervaringen die gl- en tl- leerlingen in het onderwijs aangeboden krijgen zijn gericht op het maken en het meemaken. Daarbij komen leerlingen met verschillende rollen in aanraking. De ene keer ligt de nadruk op toeschouwen (ervaren en beleven), de andere keer zal de nadruk liggen op produceren.
Kunst vertelt verhalen, confronteert, opent ogen en kan schuren. Kunst kan reacties losmaken en oproepen waardoor dialoog en debat plaatsvinden. Kunst, cultuur en erfgoed kunnen mensen verbinden. Samen plezier beleven aan kunst en cultuur, samen kijken en luisteren naar muziek, theater of film, samen festivals en evenementen bezoeken, samen zingen en spelen en met elkaar praten over ervaringen kan een brug tussen mensen zijn.

Voorbeelden

Vertel welke kunstuiting indruk heeft gemaakt. Dat kan een schilderij, een foto of een beeld zijn. Beschrijf het werk. Door wie is het gemaakt, in welke tijd en wat heeft de kunstenaar willen zeggen met zijn werk? Waarom maakte het indruk? Dit gegeven kan ook het begin zijn van een eigen werk.

Deze exameneenheid moet getoetst worden op het schoolexamen. In de regel zal dit niet als zelfstandige leerstof worden aangeboden en getoetst. De inhoud van de eindterm wordt op functionele manier geïntegreerd en maakt als vanzelfsprekend deel uit van een grotere opdracht of toets.

Terug naar Toetsen in het schoolexamen