Sector
  • Vmbo
Vakgebied
  • Beeldende vorming vmbo
Leerplankundig thema
  • Toetsing en examens

Algemene informatie

21-9-2018

Beeldende vorming kan als examenvak aangeboden worden in het vrije keuzedeel van de gemengde (gl) en de theoretische leerweg (tl). Afhankelijk van het aanbod van de school kan de leerling bij dit vak een keuze maken uit een van de volgende disciplines: tekenen, handenarbeid, textiele werkvormen of audiovisuele vormgeving. Het examenvak wordt afgesloten met een schoolexamen (SE) en een Centraal Examen. Het centraal examen bestaat uit een praktisch examen (CPE) dat voor tekenen, handenarbeid, textiele werkvormen en audiovisuele vormgeving disciplinair is ingevuld en een Centraal Schriftelijk Examen (CSE). Dit examen is voor de vier disciplines identiek.

Voor de exameneenheden die met een centraal examen afgesloten worden is een syllabus gemaakt. De syllabus beschrijft wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Voor de eindtermen die met een schoolexamen afgesloten worden zijn alleen globaal geformuleerde exameneenheden vastgesteld. Daardoor hebben scholen ruimte voor het maken van eigen inhoudelijke keuzes. Maar valide en betrouwbare schoolexamens ontwikkelen is niet eenvoudig. Er moeten onder andere keuzes gemaakt worden over de inhoud van praktische en theoretische toetsen, over het aantal toetsen, de beoordeling daarvan en er moeten daarover afspraken gemaakt worden op schoolniveau. 

Het volledige examenprogramma voor beeldende vorming wordt beschreven in drie documenten. Voor het centraal examen zijn dat het examenprogramma en de syllabus. Het examenprogramma bevat globale eindtermen. Deze worden in de syllabus uitgewerkt en toegelicht. Voor de eindtermen die alleen betrekking hebben op het schoolexamen is als hulpmiddel bij de inrichting en vormgeving van de schoolexamens deze handreiking gemaakt. Het bevat onder andere informatie over het examenprogramma, de wettelijk eisen van het schoolexamen, voorbeeldmatige uitwerkingen en links naar relevante bronnen. Ook voor andere vakken zijn handreikingen gemaakt.

De positie van beeldende vorming

In de gemengde en de theoretische leerweg kunnen leerlingen in het vrije deel van het onderwijsprogramma kiezen voor beeldende vorming. Bij de invoering van het vmbo in 1999 werden de vakken tekenen, handenarbeid en textiele werkvormen vervangen door het examenprogramma beeldende vorming. De disciplines die hieronder kunnen vallen zijn: tekenen, handenarbeid, textiele werkvormen of audiovisuele vormgeving. De school bepaalt welke disciplines aangeboden worden.

Onderwijstijd beeldende vorming

Scholen kunnen in overleg met de medezeggenschapsraad zelf bepalen hoe zij hun onderwijsprogramma inrichten en de onderwijstijd invullen. Sinds 1 augustus 2015 is er een nieuwe wettelijke urennorm. De nieuwe norm geldt voor de opleiding in zijn geheel. Vmbo-leerlingen moeten een programma kunnen volgen van 3700 uur waarbij zij 189 dagen per jaar onderwijs krijgen (met uitzondering van het eindexamenjaar). Dat betekent dat de school zelf het lesrooster vaststelt en er geen adviesurentabel per vak meer wordt gehanteerd. Voor beeldende vorming stond in het verleden het aantal uren vast op 200, te verdelen over leerjaar 3 en leerjaar 4.