Vakgebied

  • Economie

Leerplankundig thema

  • Handreiking
  • Examenprogramma
  • Schoolexamen

Eindtermen domein B1 Persoonlijke financiële zelfredzaamheid

3-9-2015
​De kandidaat kan  vraagstukken met persoonlijke financiële consequenties noemen  en (financieel) onderbouwde keuzes analyseren.​


 

In dat verband kan de kandidaat:

bij de keuze voor een opleiding  (niet-)financiële overwegingen als

          -  een opleiding is  een investeringsvraagstuk

          - het belang van een opleiding voor het individu en voor de samenleving,

         uitleggen.

keuzes met betrekking tot verzekeren, lenen, sparen en beleggen financieel uitleggen.
de voor- en  nadelen van zich wel of niet verzekeren uitleggen.
het onderscheid tussen een levensverzekering en een schadeverzekering noemen.
de verschillen tussen consumptief krediet en hypothecair krediet noemen.
de financiële gevolgen van krediet voor de kredietontvanger, noemen.
de periodieke interestbedragen, de periodieke aflossingsbedragen en de schuldrest bij de vormen van consumptief krediet en hypothecair krediet berekenen
het verschil tussen enkelvoudige - en samengestelde interest uitleggen.
de interest op basis van enkelvoudige interest berekenen.
de contante waarde en de eindwaarde van een kapitaal berekenen op basis van samengestelde interest.
de voor- en nadelen van het verschil tussen vrijwillig sparen en verplicht sparen uitleggen.
de verplichte spaarvorm van het bedrijfspensioen noemen
de verschillende vrijwillige spaarvormen als vrij opneembaar en niet vrij opneembaar noemen.
de vermogenstitels waarin belegd kan worden zoals  aandelen, obligaties en beleggingsfondsen noemen
de verschillen in risico en rendement tussen de vermogenstitels uitleggen
de keuze voor het huren of kopen van een woonhuis financieel analyseren

de functie van de verschillende partijen op de hypotheekmarkt noemen.

de vormen van hypothecair krediet:  lineaire hypotheek en annuïteitenhypotheek noemen.
de voor- en nadelen van de genoemde hypotheekvormen noemen  en berekenen met betrekking tot de rente- en aflossingsverplichting  voor de hypotheekgever.
de financiële gevolgen, inclusief de fiscale, van de genoemde hypotheekvormen voor de hypotheekgever uitleggen.
de financiële en wettelijke consequenties van samenwonen, trouwen, scheiden, schenken en erven  noemen
de verschillende registratievormen voor samenwonen noemen.
de  verschillen tussen "huwelijkse voorwaarden" en " in gemeenschap van goederen" noemen.
de wettelijke consequenties van scheiden op het gebied van scheidingsprocedure,  partnerpensioenrechten en alimentatie  noemen.
de wettelijke en fiscale consequenties inzake schenking als gevolg van de schenkovereenkomst noemen.
de wettelijke en fiscale consequenties inzake erven op het gebied van erfgerechtigden,  aanvaarden  of verwerpen van de erfenis en de successierechten,  noemen.

​ 

Contactpersoon