Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Aardrijkskunde
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • Kwaliteitsborging schoolexamens
  • PTA

Niveaudifferentiatie naar leerwegen

2-2-2018

De verschillen tussen de leerwegen worden zichtbaar in:

  • de omvang van het programma;
  • de moeilijkheidsgraad van de leerstof.

Omvang van het programma: de gt-leerweg kent per thema verrijkingsstof, de zogenaamde v-delen. Voor de bb-leerweg is in het kerndeel het aantal toepassingsregio’s sterk beperkt.

Daarnaast zijn er verschillen in de complexiteit van de toetstermen in de K-delen van het programma tussen de bb-leerweg enerzijds en de kb- en gt-leerweg anderzijds. In de toetstermen en lijsten met begrippen en aanvullende topografie is dat met cursivering aangegeven: de cursieve delen gelden alleen voor de kb- en gt-leerweg.
Het verschil in complexiteit tussen de leerwegen geldt niet alleen de inhoudelijke thema’s (de exameneenheden K4 tot en met K9) maar ook de exameneenheid K3: Leervaardigheden in het vak aardrijkskunde.

Het verschil in complexiteit van de toetstermen wordt bepaald door:

  • het aantal aspecten dat erbij betrokken moet worden;
  • het aantal en de moeilijkheidsgraad van de begrippen;
  • de moeilijkheidsgraad van de vraagtypen.
    Die loopt op: van beschrijven via verklaren, waarderen en probleem oplossen naar voorspellen.

Gedifferentieerd kan  worden in de mate van zelfstandigheid waarmee leerlingen taken en toetsen moeten uitvoeren. In de ene leerweg zou u daar een groter beroep op kunnen doen dan in de andere. Ook in de steun die u eventueel biedt bij de uitvoering van opdrachten en toetsen zou u kunnen variëren naar leerweg.

Uit de onderstaande figuur wordt duidelijk dat ook bb-leerlingen alle vraagtypen voorgelegd kunnen krijgen, maar dan minder vaak en steeds de eenvoudiger varianten. Als de leerling bijvoorbeeld moet weten dat de temperatuur afneemt met toenemende hoogte, kan de bb-leerling gevraagd worden of het verstandig is een trui of jas mee te nemen als je een hoge berg opgaat. De gl/tl-leerlingen kan gevraagd worden wat de temperatuur bovenop de berg is, wanneer de temperatuur aan de voet van de berg, de hoogte van de berg en het temperatuurverval gegeven zijn.

Voor de complexiteit van de informatie geldt eenzelfde uitgangspunt. Voor bb-leerlingen wordt bij vragen bijvoorbeeld uitgegaan van enkelvoudige relaties. In geval van kb en vooral gl/tl-leerlingen kunnen er meer aspecten bij betrokken worden. Een bb-leerling kan worden gevraagd wat het effect van het klimaat is op de landbouw terwijl een kb- en een gl/tl-leerling gevraagd kan worden wat het effect van klimaat en technologie erop is.

De onderstaande figuur is een schematische weergave van de mogelijkheden voor niveaudifferentiatie. De figuur zegt niets over de precieze verhoudingen in complexiteit tussen leertaken en toetsvragen/schoolexamens voor bb, kb respectievelijk gl/tl. Die worden ook door andere factoren bepaald.

relatie complexiteit vragen aardrijkskunde vmbo.jpg 

Figuur 1 De relatie tussen de complexiteit van de vragen en complexiteit en omvang van de aangeboden informatie.