Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Aardrijkskunde
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • Kwaliteitsborging schoolexamens
  • PTA

Wat moet, wat mag en wat kan in het schoolexamen?

30-1-2018

Wat moet?

Het schoolexamen heeft betrekking op de schoolexameneenheden:

  • K1 Oriëntatie op leren en werken;
  • K2 Basisvaardigheden;
  • K3 Leervaardigheden in het vak aardrijkskunde (grotendeels ook CE);
  • K5 Bronnen van energie;
  • K7 Arm en rijk;
  • K9 Grenzen en identiteit.

Daarnaast gaat het om de eindtermen van de Kerndelen K4, K6 en K8 die betrekking hebben op de eigen regio; dit zijn de eindtermen 4, 10 en 16.

Voor GT gaat het tevens om:

  • de casussen die behoren bij de SE kerndelen:
    • V2 Casus Bronnen van energie: Energiebeleid;
    • V4 Casus Arm en rijk: Arm en rijk in de gezondheidszorg;
    • V6 Casus Grenzen en identiteit: Regionale identiteit;
  • de verrijkingsdelen:
    • V7 Verwerven, verwerken en verstrekken van informatie;
    • V8 Vaardigheden in samenhang.

Wat mag en kan?

Inhoud

Indien het bevoegd gezag daarvoor kiest mag het schoolexamen ook betrekking hebben op andere vakonderdelen die relevant zijn voor aardrijkskunde. Die onderdelen kunnen per kandidaat verschillen.

Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een praktische opdracht over een ruimtelijk onderwerp of probleem. Voor vmbo-gl en -tl ligt een koppeling met het verwerven, verwerken en verstrekken van informatie (V7) en/of toepassen van vaardigheden in samenhang (V8) voor de hand.

Het bevoegd gezag kan er ook voor kiezen om exameneenheden die in het centraal examen getoetst worden ook in het schoolexamen te toetsen. Het gaat dan om Weer en klimaat (K4), Water (K6) en Bevolking en ruimte (K8) en de bijbehorende casussen (alleen voor gt): Extreme weersomstandigheden (V1), Watermanagement (V3) en Bevolking en ruimte in grootstedelijke gebieden (V5).

De sectie mag zelf bepalen in welke volgorde en in welke combinaties de exameneenheden getoetst worden.

Vorm

Er zijn geen vormvoorschriften en er worden geen eisen gesteld aan de weging van de verschillende toetsen en andere schoolexamenonderdelen. Dat is aan de school.
De school bepaalt ook het tijdstip van afname en de tijdsduur van de toetsen.
De sectie kan bepalen of de leerlingen praktische opdrachten moeten maken en wat het onderwerp daarvan is.