Sector
  • Vmbo bovenbouw
Vakgebied
  • Aardrijkskunde
Leerplankundig thema
  • Schoolexamen
  • Examenprogramma
  • Handreiking
  • Kwaliteitsborging schoolexamens
  • PTA

Thema's en schaalniveaus

26-1-2018

Thema's

Er zijn zes inhoudelijke thema’s gekozen die in het examenprogramma zijn vastgelegd:

  1. Weer en klimaat
  2. Water
  3. Bronnen van energie
  4. Bevolking en ruimte
  5. Arm en rijk
  6. Grenzen en identiteit.

Bij de themakeuze is aangesloten bij het KNAG-rapport Kijk op een veranderende wereld. De thema’s zijn gekozen vanwege hun belang voor mens en natuur in de huidige tijd. Het gaat om vraagstukken rond klimaatverandering, schaarste en overlast van water, uitputting en beheer van energiebronnen, voedseltekorten en overschotten, bevolkingsontwikkeling en ruimtelijke ordening, verschillen in en verdeling van welvaart, conflicten binnen en tussen gebieden. Het zijn belangwekkende kwesties die de toekomst van de mensheid en de aarde mede bepalen. Het zijn thema’s waarover aardrijkskunde belangwekkende dingen te zeggen heeft.
Drie van de zes thema’s zijn iets meer fysischgeografisch van aard en de andere drie zijn meer sociaalgeografisch van aard. Daarmee zijn de fysisch- en sociaalgeografische thema’s in balans (in het vorige programma voor aardrijkskunde was dat niet of veel minder het geval).

Schaalniveaus

Elk thema wordt op drie schaalniveaus uitgewerkt:

  1. De eigen regio
  2. Nederland, soms in vergelijking met een contrasterend Europees land
  3. Een macro-regio op mondiaal niveau, soms in vergelijking met een contrasterende macro-regio.

De gedachte is dat het thema aan de orde gesteld wordt in de eigen regio, de leefwereld van de leerling, waar begrip voor en identificatie met het thema voor de leerlingen het makkelijkst te realiseren is. De kernconcepten worden in de context van de eigen regio aangeleerd en, al uitzoomend, meegenomen naar het niveau van Nederland. In vier van de zes thema’s wordt de kb- en gt-leerlingen gevraagd een vergelijking met een contrasterend Europees land te maken. Vervolgens wordt er weer uitgezoomd naar het mondiale niveau en worden de kernconcepten in een macro-regio toegepast. Voor twee andere thema’s wordt de kb- en gt-leerlingen gevraagd een vergelijking met een contracterende macro-regio elders in de wereld te maken.
De kernbegrippen of concepten worden dus steeds meegenomen en op een ander schaalniveau in een andere ruimtelijke context (lees: gebied) toegepast.